De inzet van zorgtechnologie in de gehandicaptenzorg neemt toe. Tegelijkertijd blijkt dat een succesvolle implementatie niet alleen afhankelijk is van de zorgorganisatie zelf, maar ook van de samenwerking met zorgkantoren. Duidelijk inzicht in elkaars rol, kennis en verwachtingen draagt bij aan effectieve toepassing, al vraagt de afstemming tussen beide partijen nog om aandacht.
Bij InteraktContour staat technologie al jaren op de agenda. Niek Porskamp, programmamanager technologie en projectleider Langer thuis wonen met technologie, ziet dat een vroege start loont. Wat begon met enkele hulpmiddelen is uitgegroeid tot een brede inzet - inclusief een uitleenservice die richting de 1.250 uitleningen per jaar groeit. “Het lukt dus steeds beter cliënten te verleiden om zorgtechnologie uit te proberen en het voor de medewerkers vanzelfsprekend te maken", vertelde hij in een recente editie van ICT&health.
Ook zorgkantoren zien deze ontwikkeling. Sjoerd Versluis, beleidsadviseur/zorgexpert Wet langdurige zorg (Wlz) bij zorgverzekeraar Menzis, wijst op het toenemende draagvlak. “We zien dat in de gehandicaptenzorg steeds meer wordt geïnnoveerd op dit gebied. Er is breed draagvlak aan het ontstaan voor technologie als onderdeel van zorg. Dat is ook essentieel om de zorg te kunnen blijven leveren zoals dat nodig is.”
Rol van het zorgkantoor
Voor de opschaling van technologie maakt InteraktContour gebruik van zowel reguliere financiering als subsidies, inmiddels ondergebracht in de Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ). Daarbij speelt samenwerking met zorgkantoren een belangrijke rol.
“Je hebt mede-aanvragers nodig die zo’n aanvraag voor financiering samen met je indienen”, vertelt Porskamp. “Wij hebben dat samen met de zorgkantoren van Zilveren Kruis, Menzis en Salland gedaan. Je moet voor zorgtechnologie met een goed plan de boer op naar die zorgkantoren. Dat is ons gelukt. Ze vertrouwen onze kennis en kunde en we werken samen aan het behalen van de doelen.”
Belang van proactieve houding
Zorgkantoren verwachten dat zorgorganisaties zelf initiatief nemen. Volgens Versluis verschilt dat sterk per aanbieder: sommige organisaties hebben innovatie stevig verankerd, terwijl anderen terughoudender zijn. Dat is volgens hem een gemiste kans, omdat technologie juist kan bijdragen aan het vrijmaken van tijd voor persoonlijke aandacht.
Porskamp ziet dat beide partijen in principe hetzelfde doel hebben, maar wijst op knelpunten in de financiering. Door de verdeling tussen Wlz en Wmo ontstaan soms belemmeringen bij investeringen. “Wij zouden graag zien dat de zorgkantoren vanuit de Wlz via domein overstijgende financiering geld naar de Wmo beschikbaar stellen. Wij zijn daarvoor een businesscase aan het ontwikkelen.”
Tot overeenstemming komen
In de praktijk ontstaan discussies over wat wel en niet onder zorgtechnologie valt en hoe dit gefinancierd kan worden. Toch blijkt dat overleg vaak tot oplossingen leidt. Zo was er discussie over de inzet van consumentenelektronica binnen de uitleenservice van InteraktContour, maar door het gesprek aan te gaan ontstond ruimte voor maatwerk.
Versluis plaatst daarbij een kanttekening. Niet alle technologie hoort automatisch binnen de zorgcontext. Denk aan een robotstofzuiger. “Alles wat je thuis ook zou hebben, beschouwen we in principe niet als zorgtechnologie. Dit vraagt om een kritische houding van beide partijen.”
Betrek zorgkantoor tijdig
Een belangrijk aandachtspunt is het moment waarop zorgkantoren worden betrokken. Volgens Versluis gebeurt dat nu vaak pas bij financieringsaanvragen, terwijl zij juist eerder in het proces waarde kunnen toevoegen met kennis over regionale behoeften en bestaande initiatieven. Daarnaast wijst hij op het risico van versnippering, waarbij zorgorganisaties afzonderlijk oplossingen ontwikkelen. Meer samenwerking kan kosten besparen en implementatie versnellen.
Porskamp benadrukt dat zorgorganisaties hierin zelf het initiatief moeten nemen. Door gericht het gesprek aan te gaan met de juiste contactpersonen bij zorgkantoren, ontstaat meer ruimte voor inhoudelijke afstemming. Versluis onderschrijft dat en ziet zorgkantoren en zorgorganisaties steeds meer als partners met een gezamenlijke opdracht om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden.
Dit artikel verscheen eerder in editie 6, 2025 van ICT&health en is ook te lezen in het online magazine.