COOL wil brug slaan tussen onderzoek en huisartspraktijk

vr 26 juni 2026 - 07:00
Opleiding in de zorg
Nieuws

Onderzoek naar opleiden en leren binnen de huisartsenzorg vindt op veel plekken in Nederland plaats. Toch bleven onderzoeksresultaten en inzichten lange tijd vooral binnen de grenzen van afzonderlijke instellingen. Met de oprichting van het Consortium Onderzoek naar Opleiden en Leren (COOL) willen onderzoekers en opleidingsorganisaties die versnippering doorbreken en de samenwerking tussen kennisinstellingen versterken.

Door onderzoekers, opleiders en professionals uit de praktijk met elkaar te verbinden, moet kennis sneller worden gedeeld en toegepast binnen de huisartsopleiding. Volgens de initiatiefnemers maakt een landelijke samenwerking het mogelijk om grotere en complexere onderzoeksvragen op te pakken dan individuele instellingen alleen kunnen realiseren. Binnen het consortium lopen momenteel vier onderzoeksprojecten, gefinancierd door ZonMw in opdracht van de Stichting Beroepsopleiding tot Huisarts (SBOH). De projecten richten zich op vraagstukken rond opleiden, leren en professionele ontwikkeling in de huisartsenzorg.

Onderlinge verbinding

“We zijn niet zo'n groot land, maar hebben overal ontzettend veel expertise”, zegt Jettie Bont, afdelingshoofd Huisartsgeneeskunde Amsterdam UMC en Universitair Netwerk Huisartsgeneeskunde (UN-H). Esther de Groot, voorzitter van de COOL-community, ziet de nieuwe gemeenschap als een manier om expertise uit onderzoek, onderwijs en praktijk dichter bij elkaar te brengen. Door de onderlinge verbinding te versterken, moet kennis sneller worden gedeeld en toegepast ten behoeve van de huisartsopleiding en de zorg voor patiënten.

Tijdens de eerste COOL-communitydag, op 17 april 2026, presenteerden de vier lopende onderzoeksprojecten de stand van zaken. Binnen elk project wordt op twee locaties promotieonderzoek uitgevoerd en werken onderzoekers en huisartsopleidingen samen aan gedeelde onderzoeksvragen. Tijdens de bijeenkomst wisselden de deelnemers ervaringen uit over de kansen en uitdagingen van deze samenwerkingsvorm.

Vier thema’s

Daarbij kwamen onder meer thema's aan bod als het benutten van elkaars expertise, een heldere taakverdeling en het bewaren van voldoende ruimte voor individuele onderzoekers. Volgens onderzoeker en docent Guy Overdijk van het UMC Groningen biedt de samenwerking de mogelijkheid om kennis en ervaringen te delen, waardoor onderzoekers niet telkens zelf opnieuw dezelfde oplossingen hoeven te ontwikkelen.

Tijdens de bijeenkomst stond ook de meerwaarde van samenwerking centraal. De deelnemers benadrukten dat samenwerking vooral waardevol is wanneer zij leidt tot onderzoek dat afzonderlijke organisaties niet zelfstandig zouden kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd werd duidelijk dat succesvolle samenwerking niet vanzelf ontstaat. Volgens de aanwezigen vraagt dit om wederzijds vertrouwen, inzicht in elkaars werkwijzen en ruimte om knelpunten en verwachtingen bespreekbaar te maken.

Maatschappelijke impact vergroten

In een workshop ging ZonMw-implementatiespecialist Esther Leijte in op de vraag hoe onderzoeksprojecten hun maatschappelijke impact kunnen vergroten. Daarbij richtte zij zich op de verbinding tussen onderzoek en praktijk. Leijte wees erop dat onderzoeksprojecten invloed hebben op een breed netwerk van betrokkenen en introduceerde de Theory of Change als hulpmiddel om scherper in beeld te krijgen welke doelen worden nagestreefd, welke partijen daarbij een rol spelen en hoe die samenwerking kan bijdragen aan de gewenste verandering.

De bijeenkomst liet zien dat er binnen het consortium een groeiend netwerk ontstaat van onderzoekers, opleiders en praktijkprofessionals. Volgens de betrokkenen vormt die samenwerking een belangrijke basis om onderzoekskennis beter te laten doorwerken in de opleiding van toekomstige huisartsen en uiteindelijk in de patiëntenzorg.

Zorgbreed

Het vraagstuk hoe innovaties in het onderwijs duurzaam kunnen worden ingebed, speelt niet alleen binnen de huisartsopleiding, maar ook in andere delen van het zorgonderwijs. De ervaringen van het lectoraat Technologie voor Gezondheid van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) laten zien dat de stap van innovatie naar structurele implementatie tijd, samenwerking en een duidelijke implementatiestrategie vraagt.

Hun ontwikkeling van VR-toepassingen binnen het zorgonderwijs biedt daarmee een concreet voorbeeld van hoe simulatiegebaseerd leren daadwerkelijk kan worden opgeschaald van pilot naar curriculumonderdeel. Een uitgebreide beschrijving van dit traject is te vinden in ICT&health editie 5, 2025, waarin Maurice Magnée en Astrid Timman laten zien hoe een eerste pilot uitgroeide tot een duurzaam en breed inzetbaar onderdeel van het zorgonderwijs.

Referenties

ZonMw


Ook dit onderwerp krijgt een prominente plek tijdens de ICT&health World Conference 2027. Wil je erbij zijn en niets missen? Reserveer dan tijdig je ticket.