Digitale fitheid voor de zorg, pijler 5: Digitaal welzijn

do 19 maart 2026 - 08:45
Digitalisering
Blog

De vijfde en laatste pijler van digitale fitheid licht ik toe in dit laatste blog van de reeks (ik verwacht nu natuurlijk een teleurgesteld “ooooooooohhhh” te horen!). Na digitaal bewustzijn, digitale hygiëne, digitale vaardigheden en persoonlijk kennis management (PKM) is het vandaag de beurt aan digitaal welzijn. Eerder heette deze pijler nog ‘tech voor groei en ontwikkeling’- wat misschien al iets meer inkijk in de gedachte erachter geeft. Maar digitaal welzijn is een mooiere term.

Want zeker, digitale technieken kunnen bijdragen aan welzijn van de ene kant. Van de andere kant moeten we ons er ook op een zekere manier toe verhouden, willen we dat welzijn blijven ervaren.

Ik begin met een klein stukje geschiedenis. Ergens rond 2010 droeg ik mijn eerste Jawbone. Een soort armband die eerst alleen stappen kon tellen, maar niet lang daarna ook slaap kon bijhouden. De naam voor dit soort apparaatjes is ‘wearable’. Sensoren in de vorm van een armband, hanger, ring, horloge. Of verwerkt in je kleding, koptelefoon of bril.

De discussies uit die tijd kan ik me nog goed herinneren: Wat heeft het voor zin om je stappen te tellen? Op zich een goeie vraag, maar spoel de klok vooruit naar 2026 en wat ik in de spreekkamer merk is dat veel mensen mij exact kunnen noemen hoeveel stappen ze gemiddeld per dag zetten. En dat we ook weten of dat voldoende is.

Techniek verandert bewustzijn

Ik vind dit wel een mooi voorbeeld van hoe techniek ons bewustzijn verandert. Er zit namelijk ook een andere kant aan, en dat is dat patiënten mij vragen stellen die ik in eerste instantie niet kon beantwoorden. Zoals: mijn hartritme is ‘s nachts 35, kan dat kwaad? Dat hoort tot de feiten die we tot een paar jaar geleden alleen in strikt bewaakte klinische of laboratoriumomstandigheden konden meten, maar nu door consumentenelektronica gegenereerd wordt. Ook hierdoor ontstaat er weer een nieuwe vorm van kennis. Want door het feit dat steeds meer mensen dit meten, en ik het al heel vaak gehoord heb, durf ik te zeggen dat het een normale bevinding is.

Een reëel probleem bij dit soort ontwikkelingen is: hoe betrouwbaar en hoe valide zijn de metingen. Met andere woorden: wordt er correct of genoeg gemeten? En wat zegt de meting nou eigenlijk? We zien dat de kwaliteit van de sensoren steeds beter wordt, maar ook dat we steeds meer gegevens gaan combineren. Een meting als hartslagvariabiliteit (HRV) was eerder echt niet mogelijk. Nu hoorde ik recent hoe een ultra-sporter deze maat gebruikt om de zwaarte van zijn volgende training te bepalen.

Paradox van zorg op afstand

Ook in de klinische praktijk gaan we techniek steeds meer inzetten voor wat paradoxaal genoeg zorg op afstand heet. De ‘afstand’ is geredeneerd vanuit de zorgaanbieder, want ik zou eerder geneigd zijn dit ‘zorg dichtbij’ te noemen. Los van de semantische discussie: dit biedt heel veel waarde. Zo hebben wij in onze huisartsenpraktijk gezien dat mensen die soms in de spreekkamer een veel te hoge bloeddruk hebben, bij geprotocolleerde thuismeting keurig onder de bovengrens blijven. Dat scheelt een hoop gedoe!

Overigens zie ik hier eveneens een ontwikkeling: eerst leenden we bloeddrukmeters uit, de laatste jaren kunnen we dat via een bedrijf laten doen, maar steeds meer mensen schaffen er zelf eentje aan. In de corona-tijd kon ik, via datzelfde bedrijf, mensen met Covid thuis laten bewaken. Ik heb mooie curves van mensen die het moeilijk hadden, maar door monitoring thuis weer goed konden herstellen. Helaas ook van mensen bij wie we op tijd zagen dat het níet meer ging, maar die dan gelukkig veilig en op tijd naar het ziekenhuis gestuurd konden worden.

Techniek begeleidt gezondheid

Er zijn steeds meer andere voorbeelden. Klinieken kunnen slaapregistraties thuis verrichten. Ontslag na operaties kan eerder door bewaking met slimme pleisters. Longaandoeningen als COPD kunnen op afstand gemonitord worden. Pacemakers kunnen thuis gecontroleerd worden. Prachtige voorbeelden van hoe techniek onze gezondheid kan begeleiden.

Tien jaar geleden mocht ik eens een bijdrage leveren aan Mobile Doctors (een Ted-talk achtig congres, georganiseerd door de VvAA), waarin ik voorspelde dat wat ik doe als dokter, deels en soms beter overgenomen zal worden door de smartphone van de patiënt zelf. Met de huidige explosieve ontwikkeling van AI denk ik dat we daar heel dichtbij zitten.

Tegelijk met deze spannende ontwikkelingen, ben ik ervan overtuigd dat onze rol als zorgverlener niet verdwijnt, maar wel verandert. Alleen al daarom is het dus heel belangrijk om je bewust te zijn van deze pijler van digitale fitheid, digitaal welzijn.

Maar wat ik vooral hoop na dit laatste blog, is dat ik iedereen voldoende geprikkeld heb om verder te kijken op digitalefitheid.nl en aan te sluiten bij de beweging!