Digitale zorgtoepassingen zoals apps en online platforms spelen een steeds grotere rol in de gezondheidszorg. Van programma’s die helpen stoppen met roken tot digitale ondersteuning bij mentale gezondheid: eHealth biedt nieuwe mogelijkheden om patiënten te begeleiden. Toch profiteren niet alle groepen in de samenleving in gelijke mate van deze innovaties. Uit promotieonderzoek van gezondheidspsycholoog Isra Al-Dhahir blijkt dat mensen met een lagere sociaaleconomische positie (SEP) vaak minder goed worden bereikt door digitale zorg.
Al-Dhahir, inmiddels onderzoeker bij het team Technologie voor de Gezondheidszorg aan De Haagse Hogeschool, onderzocht in haar proefschrift Striving for Equity in eHealth waarom dit zo is en hoe digitale zorg inclusiever kan worden ontwikkeld en toegepast.
Digitale aannames
Veel eHealth-toepassingen worden ontwikkeld vanuit impliciete aannames over de gebruiker. Ontwerpers gaan er bijvoorbeeld vanuit dat mensen digitaal vaardig zijn, goed kunnen lezen en schrijven en beschikken over voldoende gezondheidsvaardigheden.
In de praktijk geldt dat niet voor iedereen. Vooral mensen met een lagere sociaaleconomische positie – vaak gekenmerkt door minder inkomen, lagere opleiding en complexere leefomstandigheden – kunnen daardoor moeilijker gebruikmaken van digitale zorgtoepassingen.
Volgens Al-Dhahir kan dit onbedoeld bestaande gezondheidsverschillen vergroten. “Als digitale zorg niet aansluit bij het dagelijks leven van deze groepen, lopen zij juist het risico verder achterop te raken,” stelt zij.
Betrek de doelgroep vanaf het begin
Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat ontwikkelaars de doelgroep al in een vroeg stadium moeten betrekken bij het ontwerp van eHealth-interventies. Alleen dan wordt duidelijk of een digitale oplossing daadwerkelijk aansluit bij de behoeften en omstandigheden van gebruikers.
“Pas wanneer je weet wat er speelt in het dagelijks leven van mensen, kun je beoordelen of eHealth een passende oplossing is,” zegt Al-Dhahir. In sommige situaties kan dat zelfs betekenen dat digitale zorg niet de meest geschikte interventie is. Mensen die bijvoorbeeld kampen met ernstige schulden of andere grote stressfactoren hebben vaak andere prioriteiten dan het gebruik van een gezondheidsapp.
Naast gebruikersinzicht spelen ook structurele randvoorwaarden een rol. Tijd, financiering en ondersteuning zijn volgens Al-Dhahir essentieel voor het duurzaam ontwikkelen en implementeren van passende digitale zorg. Onderzoeksprojecten hebben echter vaak een beperkte looptijd, waardoor succesvolle toepassingen na afloop moeilijk doorontwikkeld of opgeschaald kunnen worden.
Geen homogene doelgroep
Een andere belangrijke bevinding uit het onderzoek is dat mensen met een lagere sociaaleconomische positie geen uniforme groep vormen. Uit gesprekken met deze doelgroep kwamen verschillende houdingen ten opzichte van eHealth naar voren.
Zo is er een groep die gemotiveerd is om actief aan de gezondheid te werken en digitale hulpmiddelen daarbij wil inzetten. Een tweede groep staat wel open voor verbetering van de gezondheid, maar ervaart digitale toepassingen als ingewikkeld en is bang om fouten te maken. Daarnaast is er een groep die door stress en complexe levensomstandigheden minder ruimte ervaart om met eHealth aan de slag te gaan. Volgens Al-Dhahir benadrukt dit het belang van maatwerk bij de ontwikkeling van digitale zorg.
Praktische handreiking voor inclusieve eHealth
Op basis van haar onderzoek ontwikkelde Al-Dhahir samen met collega’s een online handreiking voor inclusieve eHealth. Deze tool ondersteunt zorgprofessionals, onderzoekers en ontwikkelaars bij het maken van bewuste keuzes tijdens het ontwerp, de implementatie en evaluatie van digitale zorgtoepassingen.
De handreiking helpt professionals onder meer om kritisch te kijken naar aannames over gebruikers, om na te denken over benodigde begeleiding en financiering, en om te beoordelen of een digitale oplossing in een specifieke context daadwerkelijk passend is.
Toekomstige zorgprofessionals
Hoewel haar promotieonderzoek inmiddels is afgerond, wil Al-Dhahir het instrument verder ontwikkelen. Zo onderzoekt zij aan De Haagse Hogeschool hoe de handreiking kan worden geïntegreerd in het onderwijs.
“Studenten die nu worden opgeleid, zijn de zorgprofessionals van de toekomst,” zegt ze. “Als zij vanaf het begin leren hoe je digitale zorg inclusiever kunt ontwerpen, kunnen we ervoor zorgen dat eHealth daadwerkelijk bijdraagt aan betere en eerlijkere gezondheidszorg.”
Toegankelijkheid gezondheidsapps
Begin dit jaar schreven wij over een promotieonderzoek van gezondheidswetenschapper Tessi Hengst aan de Open Universiteit. In zeven studies naar het gebruik van gezondheidsapps door onder meer mensen met een lage sociaaleconomische positie, COPD-patiënten en mensen met een migratieachtergrond, blijkt dat demografische kenmerken zoals leeftijd of opleiding weinig voorspellen of iemand een app gebruikt.
Belangrijker zijn psychosociale factoren zoals digitale vaardigheden, vertrouwen in technologie, ervaren nut en houding tegenover digitale zorg. Ook ondersteuning speelt een grote rol: begeleiding door zorgprofessionals en steun uit de sociale omgeving vergroten de kans op gebruik. Hengst adviseert daarom te investeren in uitleg, digitale vaardigheidstraining en laagdrempelige ondersteuning om digitale zorg inclusiever te maken.