Inclusief digitaliseren vergt verbreden toegang tot digitale zorg

wo 17 juni 2026 - 10:30
Patiënt in de zorg
Blog

Digitalisering belooft de zorg laagdrempeliger, efficiënter en patiëntgerichter te maken. Apps, patiëntportalen en telemonitoring bieden ongekende mogelijkheden om de druk op de zorg te verlagen en de regie bij de patiënt te versterken. Maar achter deze belofte schuilt een ongemakkelijke vraag: voor wie werkt dit écht?

De reflex in de zorg is vaak: meer technologie is beter. Toch laat de werkelijkheid een ander beeld zien. Ongeveer 20 procent van de Nederlanders heeft beperkte digitale vaardigheden en moeite met lezen en schrijven. Voor hen betekent digitalisering niet automatisch vooruitgang, maar juist een extra drempel. Toegang tot zorg wordt daarmee geen vanzelfsprekendheid meer, maar iets waar je de juiste vaardigheden voor moet hebben. En dat schuurt met de kern van ons zorgstelsel.

Recent promotieonderzoek van Tessi Hengst – adviseur patiëntenvoorlichting bij het Albert Schweitzer ziekenhuis - benadrukt dit. Niet leeftijd of opleidingsniveau bepaalt of iemand digitale zorg gebruikt, maar factoren als zelfvertrouwen, digitale vaardigheden en houding ten opzichte van technologie. Wie deze vaardigheden en overtuigingen mist, heeft mogelijk juist minder toegang tot de zorg. Met als gevolg: meer telefoontjes, langere consulten of zelfs uitgestelde zorg. Digitalisering zonder ondersteuning creëert zo nieuwe ongelijkheid.

Ondersteuning patiënten essentieel

De ondersteuning van patiënten is essentieel, met name tijdens de zogenoemde onboarding-fase waarin mensen een applicatie leren kennen en gebruiken. Effectieve ondersteuning bestaat uit drie elementen: een introductie door een zorgprofessional waarin de meerwaarde van de app wordt toegelicht, digitale training waarmee vaardigheden en zelfvertrouwen worden versterkt en doorlopende ondersteuning via bijvoorbeeld een Digipunt. Juist deze combinatie vergroot de kans dat patiënten digitale zorg daadwerkelijk gebruiken en blijven gebruiken.

Daarnaast blijkt dat digitale zorg voor veel patiënten geen vervanging is van reguliere zorg, maar een aanvulling daarop. Uit onderzoek door Hengst onder COPD-patiënten blijkt dat gezondheidsapps vooral gewaardeerd worden als onderdeel van hybride of blended zorg. Patiënten willen de voordelen van digitale toepassingen benutten, maar blijven behoefte houden aan persoonlijk contact met hun zorgverlener. Digitale zorg werkt daarmee het best wanneer technologie en menselijk contact elkaar aanvullen en versterken.

Verbreden van toegang

Daarom ligt de echte opgave niet in het versnellen van digitalisering, maar in het verbreden van toegang. Dat vraagt om een ander perspectief: technologie als middel, niet als doel. Digitale zorg moet altijd gepaard gaan met begrijpelijke uitleg, persoonlijke begeleiding en – waar nodig – volwaardige offline alternatieven.

Veel ziekenhuizen zoeken deze balans bewust. Digitale toepassingen worden ontwikkeld, maar parallel wordt geïnvesteerd in ondersteuning. Denk aan het Digipunt, waar patiënten hulp krijgen van vrijwilligers bij het gebruik van apps, of aan fysieke bijeenkomsten en toegankelijke voorlichting. Niet omdat het ‘ouderwets’ is, maar omdat het nodig is om iedereen mee te laten doen.

De paradox is helder: hoe digitaler de zorg wordt, hoe belangrijker de aandacht voor het menselijke contact en de fysieke ondersteuning. Vooruitgang vraagt niet alleen om innovatie, maar ook om nabijheid. Laten we kiezen voor toegankelijkheid en investeren in inclusieve digitalisering, waarbij iedereen mee kan doen.

Hier vindt u de link naar het onderzoek.


Ook dit onderwerp krijgt een prominente plek tijdens de ICT&health World Conference 2027. Wil je erbij zijn en niets missen? Reserveer dan tijdig je ticket.