Internationale meetstandaard voor welzijn zorgprofessionals

wo 19 augustus 2026 - 12:20
Internationale meetstandaard voor welzijn zorgprofessionals
Standaarden in de zorg
Nieuws

Voor het eerst is internationale overeenstemming bereikt over een vaste set uitkomsten waarmee het welzijn van zorgprofessionals kan worden gemeten. Onderzoekers onder leiding van het UMCG, UMC Utrecht, Amsterdam UMC en de Universiteit van Zürich ontwikkelden hiervoor een zogenoemde core outcome set (COS). Artsen, verpleegkundigen en paramedici uit verschillende landen bepaalden gezamenlijk welke tien aspecten minimaal moeten worden meegenomen in onderzoek naar het welzijn van zorgprofessionals.

De internationale CROWN Delphi-studie werd begeleid door een stuurgroep met experts uit uiteenlopende organisaties, waaronder de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De standaard komt op een moment dat de druk op de internationale zorgarbeidsmarkt groot is. De WHO verwacht voor 2030 wereldwijd een tekort van 10 miljoen zorgverleners. Burn-out, langdurig ziekteverzuim en uitstroom uit het vak kunnen de personeelsproblemen verder vergroten. Tegelijkertijd investeren zorgorganisaties en overheden in programma's om het welzijn van medewerkers te verbeteren.

Tien uitkomsten

Een belangrijk probleem is dat welzijn tot nu toe op veel verschillende manieren wordt gedefinieerd en gemeten. Daardoor zijn onderzoeksresultaten moeilijk onderling te vergelijken en is het lastig om vast te stellen welke interventies daadwerkelijk effect hebben.

De onderzoekers wilden hiervoor een gemeenschappelijke basis creëren. Een eerder verkennend onderzoek leverde 248 verschillende welzijnsconstructen op. Aanvullend onderzoek naar economische factoren voegde daar zes constructen aan toe. Na screening, het verwijderen van doublures en inhoudelijke verfijning bleven 137 unieke constructen over voor beoordeling.

Deze omvatten een breed spectrum, van positieve emoties, betrokkenheid en relaties tot zingeving, lichamelijke gezondheid, mindset, werkomgeving en economische zekerheid. Een internationaal panel uit twintig landen beoordeelde en prioriteerde de onderwerpen tijdens drie Delphi-rondes. Daarbij waren verschillende beroepsgroepen vertegenwoordigd, zodat de uiteindelijke standaard niet uitsluitend vanuit het perspectief van bijvoorbeeld artsen is opgesteld.

Werk-privébalans bovenaan

Uiteindelijk werden tien kernuitkomsten geselecteerd. Werk-privébalans kreeg de hoogste prioriteit, gevolgd door werkplezier en kwaliteit van leven. Daarna volgen motivatie, mentale gezondheid, betekenisvol werk, tevredenheid over het inkomen, werkcultuur, ervaren professionele groei en stress.

Dat werk-privébalans en werkplezier hoog eindigen, sluit aan bij eerder Brits Delphi-onderzoek (1) onder ziekenhuisartsen. Volgens de onderzoekers suggereert dit dat deze factoren niet alleen binnen specifieke landen of zorgsystemen belangrijk worden gevonden.

Opvallend is ook wat buiten de uiteindelijke top tien bleef. Relaties ontbreken bijvoorbeeld, evenals autonomie en regelruimte. Mogelijk beschouwden deelnemers deze aspecten eerder als factoren die het welzijn beïnvloeden dan als uitkomsten van welzijn zelf. Tevredenheid over het inkomen werd daarentegen wel als zelfstandige kernuitkomst geselecteerd.

Methode tijdens onderzoek aangescherpt

Tijdens de studie werd het vooraf geregistreerde onderzoeksprotocol op drie punten aangepast. Na de eerste ronde bleek de oorspronkelijke grens voor consensus onvoldoende onderscheid te maken: veel onderwerpen kregen hoge scores. De onderzoekers verhoogden daarom de inclusiedrempel van minimaal 70 naar minimaal 85 procent van de deelnemers die een construct een score van 7 tot 9 gaven. Tegelijkertijd moest minder dan 15 procent een score van 1 tot 3 geven. Daarmee moest de selectie specifieker worden.

Ook werd een derde Delphi-ronde toegevoegd. Na twee rondes voldeden namelijk nog altijd meer dan tien constructen aan de criteria, terwijl vooraf was bepaald dat de definitieve set maximaal tien uitkomsten zou bevatten. De extra rangschikkingsronde maakte verdere prioritering mogelijk. Deelnemers beoordeelden daarbij tevens op welk niveau een onderwerp vooral relevant is: individu, team, organisatie of zorgsysteem. Die informatie kan helpen bij de latere toepassing van de standaard.

Ten slotte wijzigden de onderzoekers de procedure voor nieuw aangedragen onderwerpen. Vanwege een kleiner panel dan verwacht zou de oorspronkelijke grens van meer dan één procent betekenen dat één suggestie al voldoende kon zijn. Daarom moesten nieuwe constructen door minimaal twee panelleden worden genoemd én inhoudelijk verschillen van bestaande onderwerpen.

Basis voor vergelijkbaar onderzoek

Met de CROWN-set ontstaat een gemeenschappelijke taal voor onderzoek naar het welzijn van zorgprofessionals. Wanneer studies consequent dezelfde kernuitkomsten rapporteren, kunnen resultaten beter worden vergeleken en gecombineerd. Dat kan meer inzicht geven in welke maatregelen tegen bijvoorbeeld stress, uitval of verminderde werktevredenheid daadwerkelijk effect hebben.

Ook voor zorgorganisaties kan de standaard relevant zijn. Zij kunnen de uitkomsten gebruiken als basis om het welzijn van medewerkers systematischer te volgen en interventies te evalueren.

De volgende stap is daarom de doorontwikkeling van een core outcome measurement set. Daarbij gaat het niet langer alleen om wat gemeten moet worden, maar ook hoe: welke gevalideerde meetinstrumenten geschikt zijn voor elk van de tien uitkomsten en hoe vaak metingen moeten plaatsvinden. Daarmee kan de internationale standaard uiteindelijk uitgroeien van een onderzoeksraamwerk tot een praktisch instrument voor een vraagstuk dat steeds belangrijker wordt voor de houdbaarheid van de zorg.


Ook dit onderwerp krijgt een prominente plek tijdens de ICT&health World Conference 2027. Wil je erbij zijn en niets missen? Reserveer dan tijdig je ticket.