De stap van visie naar praktijk in netwerkzorg krijgt concreet vorm met de nieuwe functionaliteit Netwerkzorg van Minddistrict en Evie. Doel is om cliënten meer regie te geven over hun behandeling en om gegevensuitwisseling tussen ggz-domeinen te vereenvoudigen. Een pilot in Zeeland en Breda laat zien dat die ambitie dichterbij komt.
Waar Evie zich richt op implementatie in de eerste lijn, het sociaal domein en bij werkgevers, levert Minddistrict het e-healthplatform en de inhoud. Die combinatie sluit aan bij bredere ontwikkelingen rond netwerkzorg, zoals binnen het Integraal Zorgakkoord (IZA). Volgens beide partijen ontstaat zo een ecosysteem waarin cliënten makkelijker tussen domeinen bewegen en behandelgegevens behouden blijven.
“De kracht van de samenwerking zit in de synergie”, stelt Vanity Tracy Stuurland (Minddistrict) in ICT&health 2. “Evie is sterk in de eerste lijn, wij hebben een solide basis in de sGGZ én zijn sterk in het bouwen van functionaliteiten.” Die combinatie moet bijdragen aan hybride zorg, die volgens Evie-directeur Thijs van Kempen steeds noodzakelijker wordt om zorg toegankelijk en betaalbaar te houden.
Belangrijke netwerkschakel
Ook Emergis speelt een rol in de ontwikkeling. De Zeeuwse ggz-aanbieder werkt al langer met Minddistrict en ziet de nieuwe functionaliteit als een versterking van bestaande netwerkzorg.
In de praktijk betekent dit dat cliënten hun behandeltraject kunnen voortzetten zonder opnieuw te beginnen wanneer zij doorstromen tussen zorgaanbieders. Modules blijven beschikbaar, ook voor terugvalpreventie. Tegelijkertijd wordt informatie beter ontsloten voor behandelaars, wat het zoeken in dossiers beperkt.
De pilot in Zeeland – met onder meer de Huisartsenconnectie – en in Breda brengt deze werkwijze nu samen in één functionele aanpak.
Van visie naar praktijk
De stap naar een werkende functionaliteit vraagt meer dan techniek alleen. Volgens Van Kempen begint dit bij een gedeelde infrastructuurvisie, die regionaal en landelijk steeds verder vorm krijgt.
“Voor wat betreft financiering hebben IZA en transformatiegelden voor een versnelling van de samenwerking op dit vlak gezorgd. De grove lijnen liggen inmiddels in elke regio. Nu moet men samen van visie naar praktijk komen: het echt aan elkaar knopen van systemen en domeinen.”
De Netwerkzorg-functionaliteit moet dat laatste ondersteunen. Tegelijkertijd benadrukt Van Kempen dat technologie slechts faciliteert: samenwerking tussen partijen blijft cruciaal.
Regie bij de cliënt
Binnen het platform wordt Netwerkzorg niet zozeer als losse functie gepositioneerd, maar als integraal onderdeel. De kern: gegevensdeling over domeinen heen, met expliciete regie bij de cliënt.
Stuurland: “Het mooie is dat het de cliënt in de regie zet. Het activeren ervan vereenvoudigt het delen van informatie over domeinen en lijnen heen. Maar de cliënt bepaalt met welke instelling er informatie gedeeld wordt - waarbij de gekoppelde hulpverleners een overzicht krijgen van de tool-activiteiten.”
Voor aanbieders zoals Emergis blijft privacy daarbij een harde randvoorwaarde. Informatie moet beschikbaar zijn waar nodig, maar alleen met toestemming van de cliënt en zonder complexe handelingen.
Verkleinen van de zorgkloof
De eerste resultaten uit de pilot wijzen op betere informatiestromen en efficiëntere inzet van zelfzorgtoepassingen. Dat is relevant in het licht van de groeiende druk op de ggz, stelt Wisse.
“De behandeling wordt efficiënter en beter: omdat wij straks kunnen zien wat ggz-behandeling bij of via de huisarts heeft opgeleverd, maar vice versa ook wanneer een cliënt bij Emergis is uitbehandeld en ondersteuning krijgt uit de brede eerste lijn.”
Volgens de betrokken partijen ligt de meerwaarde vooral in continuïteit: minder herhaling van behandeling, beter inzicht in eerdere interventies en een soepelere overdracht tussen zorgverleners. Tegelijkertijd blijven er uitdagingen, zoals het vinden van de juiste contactpersoon bij andere aanbieders en het verbeteren van onderlinge communicatie.
Opschaling is daarom de volgende stap. De ambitie is dat netwerkzorg binnen enkele jaren een vanzelfsprekend onderdeel wordt van digitale zorg in Nederland, waarbij cliënten hun behandelgeschiedenis eenvoudig meenemen – ongeacht waar zij zich in hun zorgtraject bevinden.
Het volledige artikel is te lezen in de recent verschenen editie 2, 2026 van ICT&health en in het online magazine.