Digitale beslisondersteuning kan artsen in de ouderenzorg helpen bij het maken van keuzes over zorg en behandeling. Specialisten ouderengeneeskunde staan daar overwegend positief tegenover, blijkt uit onderzoek van het Nivel en Verenso. Toch wordt de technologie in de praktijk nog beperkt ingezet. Volgens de onderzoekers ontbreken vaak duidelijke beleidskaders en voldoende praktische mogelijkheden om de systemen goed te gebruiken. Daardoor blijft het potentieel van digitale beslisondersteuning vooralsnog slechts gedeeltelijk benut.
De langdurige ouderenzorg staat onder druk. Het aantal ouderen met een complexe en intensieve zorgvraag groeit, terwijl er juist minder zorgprofessionals beschikbaar zijn, waaronder specialisten ouderengeneeskunde. Om de kwaliteit van zorg op peil te houden en de werkdruk beheersbaar te houden, wordt steeds vaker gekeken naar technologische ondersteuning.
Uit het onderzoek blijkt dat specialisten ouderengeneeskunde in het algemeen positief staan tegenover digitale beslisondersteuning. Zij verwachten dat deze systemen kunnen bijdragen aan betere zorg, meer patiëntveiligheid en een efficiëntere werkwijze. Daarbij benadrukken de onderzoekers dat de arts zelf verantwoordelijk blijft voor de afwegingen rond zorg en behandeling en uiteindelijk het behandelbesluit neemt.
Betrouwbare data, duidelijke kaders
Voor een succesvolle inzet van digitale beslisondersteuning zijn betrouwbare data en goed toegankelijke informatie essentieel. In de praktijk ervaren specialisten ouderengeneeskunde echter dat patiëntgegevens vaak verspreid zijn over verschillende systemen. Het verzamelen van de benodigde informatie kost daardoor veel tijd.
Daarnaast benadrukken zij het belang van duidelijke beleidskaders, zodat verantwoordelijkheden rond het gebruik van digitale beslisondersteuning helder zijn vastgelegd. Binnen zorgorganisaties bestaat behoefte aan een structurele en formele rol voor specialisten ouderengeneeskunde bij de ontwikkeling en implementatie van deze technologie, bijvoorbeeld in de functie van Chief Medical Information Officer (CMIO). Ook scholing en bijscholing worden gezien als belangrijke voorwaarden voor verantwoord en effectief gebruik van beslisondersteuning.
Over het onderzoek
Het onderzoek werd uitgevoerd tussen maart 2025 en februari 2026. Voor de dataverzameling maakten de onderzoekers gebruik van semigestructureerde interviews, een vragenlijst en focusgroepen. Deze onderzoeksfase liep van mei 2025 tot en met januari 2026.
In totaal werden tien specialisten ouderengeneeskunde geïnterviewd, vulden 120 specialisten een vragenlijst in en namen vijftien specialisten deel aan drie focusgroepen. Het onderzoek vond plaats binnen het door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gefinancierde programma Leren van Data, dat zich richt op het verbeteren van het gebruik en hergebruik van zorggegevens binnen de ouderengeneeskunde.
GEM-team
Onlangs schreven we ook over een initiatief van Ziekenhuis Amstelland om de zorg voor kwetsbare ouderen te verbeteren. Na een succesvolle pilot zet het ziekenhuis het gespecialiseerde Geriatric Emergency Medicine (GEM)-team voortaan structureel in op de Spoedeisende Hulp.
Het multidisciplinaire team signaleert kwetsbaarheid bij ouderen direct bij binnenkomst en kijkt naast de acute zorgvraag ook naar de bredere ondersteuningsbehoefte. Daarmee wil het ziekenhuis passende zorg bieden, onnodige opnames voorkomen en bijdragen aan toekomstbestendige ouderenzorg.