Philips krijgt maximaal 33,7 miljoen dollar van het Amerikaanse innovatieagentschap ARPA-H om samen met Johns Hopkins University en Boston University nieuwe technologieën voor de behandeling van beroertes te ontwikkelen. Het onderzoek richt zich op robotica, kunstmatige intelligentie en endovasculaire ingrepen op afstand en moet de toegang tot gespecialiseerde zorg vergroten. Het project speelt in op een wereldwijd probleem want veel patiënten met een beroerte bereiken niet op tijd een centrum waar complexe trombectomieën mogelijk zijn.
Bij de behandeling van een beroerte telt tijd. Voor patiënten met een afsluiting van een groot bloedvat kan een mechanische trombectomie ernstige schade beperken of voorkomen. Een mechanische trombectomie is een minimaal invasieve ingreep waarbij een bloedstolsel uit een afgesloten bloedvat wordt verwijderd.
Niet overal beschikbaar
Toch is deze behandeling niet overal beschikbaar. In de Verenigde Staten woont meer dan de helft van de bevolking op meer dan een uur reizen van een ziekenhuis waar de ingreep kan worden uitgevoerd. Slechts een relatief klein deel van de patiënten die in aanmerking komen voor een trombectomie, krijgt die behandeling ook daadwerkelijk.
Met de financiering van de Advanced Research Projects Agency for Health (ARPA-H) wil Philips technologie ontwikkelen die gespecialiseerde endovasculaire zorg minder afhankelijk maakt van de fysieke aanwezigheid van experts. Het project maakt deel uit van het Autonomous Interventions and Robotics-programma, dat onderzoek stimuleert naar meer autonome en op afstand uitgevoerde medische interventies.
Philips werkt daarbij samen met Johns Hopkins University, Boston University en neurochirurg J Mocco van Weill Cornell Medicine. De partners ontwikkelen onder meer technologie voor autonome navigatie van medische hulpmiddelen, bestuurbare katheters, robotische besturing, procedurele begeleiding op basis van medische beeldvorming en automatisering van klinische workflows.
Naar ingrepen op afstand
De nieuwe technologieën moeten op termijn artsen in staat stellen om delen van een endovasculaire procedure op afstand te ondersteunen of te begeleiden. Ook wordt gewerkt aan verdere automatisering, waarbij medische professionals toezicht houden op het systeem.
Daarmee richt het onderzoek zich op een belangrijk knelpunt in de zorg: de concentratie van specialistische kennis en voorzieningen. Complexe interventies zijn vaak beperkt tot gespecialiseerde centra, terwijl patiënten met een acute beroerte snel behandeling nodig hebben. Door robotica, AI en beeldgeleide technologie te combineren, kan expertise in de toekomst mogelijk verder reiken dan de muren van het ziekenhuis waar de specialist fysiek aanwezig is.
Geïntegreerde interventiekamer
Het project bouwt voort op het Azurion-platform van Philips voor beeldgeleide interventies. Begin 2024 schreven we over de introductie van het Azurion neuro biplane-systeem voor neurovasculaire zorg. De bedoeling is om verschillende technologieën die nu nog afzonderlijk functioneren, verder te integreren in één klinische workflow. Daarbij gaat het om medische beeldvorming, robotische systemen, AI-gestuurde automatisering en slimme interventionele hulpmiddelen.
Volgens Philips is het doel daarbij niet om de arts te vervangen, maar om gespecialiseerde kennis beter schaalbaar te maken. “Het doel is niet om expertise te vervangen, maar om expertise schaalbaar en toegankelijk te maken”, aldus Bert van Meurs, Chief Business Leader Image-Guided Therapy bij Philips.
De academische partners richten zich op specifieke technische onderdelen. Johns Hopkins University werkt aan autonome navigatie van medische hulpmiddelen. Boston University ontwikkelt bestuurbare katheters die een belangrijke rol kunnen spelen bij robotisch ondersteunde endovasculaire procedures. De uitdaging ligt volgens de betrokkenen de komende jaren vooral in de vertaling van deze technologieën naar de klinische praktijk. Robotica en AI moeten niet alleen technisch betrouwbaar functioneren, maar ook veilig worden geïntegreerd in bestaande zorgprocessen en onder medisch toezicht kunnen opereren.
Minder afhankelijk van locatie en capaciteit
Het ARPA-H-project laat volgens Philips daarmee zien hoe zorginnovatie zich steeds meer richt op de combinatie van digitalisering, automatisering en fysieke medische technologie. Voor de beroertezorg kan die ontwikkeling op termijn betekenen dat specialistische interventies minder afhankelijk worden van locatie en beschikbare capaciteit, mits de technologie haar weg van het onderzoekslaboratorium naar de dagelijkse klinische praktijk daadwerkelijk weet te vinden.
Voeg ICT&health toe aan Google
Show more content from ICT&health in Google Search.