Samenwerking cruciaal voor ‘warme technologie’ in langdurige zorg

ma 13 april 2026 - 10:30
Technologie in de zorg
Nieuws

Digitale innovatie in de langdurige zorg komt zelden vanzelf van de grond. Technologie kan veel betekenen voor mensen met dementie en hun omgeving, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Samenwerking tussen kennisinstellingen, zorgorganisaties en onderwijs is daarom essentieel om innovaties daadwerkelijk te laten landen. Dat stellen prof. dr. Henk Herman Nap en Sandra Suijkerbuijk, die vanuit respectievelijk Vilans en het Expertise Centrum Dementie en Technologie nauw samenwerken aan technologische toepassingen voor de langdurige zorg.

Veel innovaties stranden ondanks goede bedoelingen. Denk aan alarmknoppen of gps-polsbandjes die nauwelijks worden gebruikt. Volgens Nap ligt dat niet alleen aan de technologie zelf, maar vooral aan het ontbreken van een gedeeld beeld van waarde, vertelt hij in ICT&health 2, 2026. Ontwikkelaars moeten al in een vroeg stadium nadenken over wie baat heeft bij een oplossing en wie bereid is ervoor te betalen. Zonder die afstemming blijft implementatie lastig.

Warme technologie

Vilans zet daarom in op ‘warme technologie’: toepassingen die niet alleen technisch werken, maar ook aansluiten bij de leefwereld van gebruikers. Dat vraagt om samenwerking. Zo werkt Vilans samen met het ECDT van de TU Eindhoven, waar Nap sinds 2025 een leerstoel bekleedt gericht op waardebepaling van technologie. Daarbij wordt bijvoorbeeld onderzocht of een hulpmiddel mensen met dementie daadwerkelijk meer autonomie geeft.

Die waardebepaling blijkt dynamisch. Wat als waardevol wordt gezien, verschuift onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen. “Een aantal jaar geleden lag die focus bijvoorbeeld vooral op kwaliteit van zorg,” licht Nap toe. “Toen verscheen er een zwarte lijst van verpleeghuizen. Waarden om te laten zien dat de kwaliteit verbeterde, stonden toen op nummer één. De laatste jaren gaat het meer om passende zorg en toegankelijkheid tot zorg.”

Balans tussen standaardisatie en maatwerk

Een extra uitdaging is dat waarde per organisatie kan verschillen. Factoren zoals ICT-infrastructuur, innovatiebeleid en visie op zorg spelen daarbij een rol. De samenwerking richt zich daarom op een balans tussen standaardisatie en personalisatie. Generieke elementen maken opschaling mogelijk, terwijl technologie tegelijkertijd aanpasbaar moet zijn aan de lokale context.

AI speelt hierin een steeds grotere rol. Zo kunnen toepassingen beter aansluiten op individuele gebruikers, bijvoorbeeld door taalgebruik of interactie aan te passen. Daarmee ontstaat ruimte voor meer persoonsgerichte ondersteuning.

Praktijk als vertrekpunt

Een belangrijk onderdeel van de samenwerking is het betrekken van de doelgroep. Onderzoekers van het ECDT werken bijvoorbeeld wekelijks met mensen met dementie in een buurthuis in Eindhoven. Soms is dat technologie uitproberen, soms samen liedjes zingen. “Het doel is om een evenwichtige samenwerking te creëren waarin je de ander als mens ziet en niet als onderzoeksobject,” zegt Sandra Suijkerbuijk, strategisch coördinator bij het ECDT. Zo ontstaat beter inzicht in wat gebruikers echt nodig hebben.

Volgens haar is die context cruciaal voor succesvolle innovatie. “Je kunt het op papier nog zo mooi uitgedacht hebben. Maar daarna krijg je te maken met het complexe samenspel van mensen, locaties en techniek. Als je niet weet in wat voor praktijk jouw ontwerp terechtkomt, dan kun je soms al in een vroege fase een kant op bewegen waardoor iets niet bruikbaar of toepasbaar is.”

Het mooie is volgens Nap dat de samenwerking er ook voor kan zorgen dat technologie beter kan landen. “Want wij hebben de korte lijnen met de zorg en veel communicatiemiddelen zoals onze kennispleinen. En voor instituten die technologie ontwerpen, is het natuurlijk heel interessant om te weten: waar zitten nou de vragen? Wat wil de praktijk eigenlijk weten?”

Het volledige artikel is te lezen in de recent verschenen editie 2, 2026 van ICT&health. Het artikel is ook beschikbaar in het online magazine.