Schermgebruik jonge kinderen boven gezondheidsnorm

do 16 april 2026 - 14:05
Onderzoek in de zorg
Nieuws

Een op de vijf kinderen van 0 tot 6 jaar gebruikt regelmatig vier, vijf of zes digitale apparaten. Dat blijkt uit het jaarlijkse Iene Miene Media-onderzoek van Netwerk Mediawijsheid, uitgevoerd in samenwerking met het Trimbos-instituut. De variatie in digitaal mediagebruik onder jonge kinderen maakt het voor opvoeders lastig om daar grip op te houden. Daardoor worden bestaande richtlijnen voor schermtijd regelmatig overschreden. Experts maken zich vooral zorgen over digitale apparaten die dicht bij het lichaam gebruikt worden, zoals touchscreens.

Intensief gebruik van smartphones en tablets kan bijvoorbeeld bijziendheid verergeren. Ook kan het gebruik van oortjes of koptelefoons gehoorproblemen veroorzaken. Zogeheten ‘dichtbij-apparaten’ stimuleren bovendien vaker stilzitten dan bijvoorbeeld televisiekijken. Kinderen met een ‘dichtbij-apparaat’ zoals een smartphone zitten daardoor vaker op een stoel aan tafel. Televisiekijken biedt daarentegen meer ruimte om tussendoor op te staan of bijvoorbeeld te bewegen op de muziek van een tv-programma.

Dr. Anouk Tuijnman, senior onderzoeker bij het Trimbos-instituut geeft daarnaast aan dat het gebruik van een tablet of smartphone vaak alleen gebeurt en het voor ouders lastiger is om te begeleiden: “Samen televisiekijken op afstand heeft daarom de voorkeur boven het individuele gebruik van ‘dichtbij-apparaten’ zoals tablets en smartphones.”

Ruim boven landelijke richtlijn

Jonge kinderen besteden gemiddeld bijna twee uur per dag aan digitale media, inclusief audio. De schermtijd komt neer op ongeveer 102 minuten per dag. Kinderen tot en met 2 jaar kijken dagelijks ongeveer een uur televisie en korte video’s, terwijl kinderen van 3-4 en 5-6 jaar hier gemiddeld ongeveer anderhalf uur per dag aan besteden. Daarmee ligt het gebruik ruim boven de landelijke Richtlijn Gezond Schermgebruik.

Volgens deze richtlijn wordt aangeraden om kinderen tot 2 jaar bij voorkeur geen scherm te laten gebruiken, kinderen tot 4 jaar maximaal een half uur per dag en kinderen tot 8 jaar niet meer dan een uur per dag. In de praktijk worden deze aanbevelingen door jonge kinderen vaak al overschreden met alleen televisie en het kijken van video’s, los van het gebruik van tablets, smartphones en spelcomputers.

Onderzoeker dr. Tuijnman geeft aan dat de daadwerkelijke schermtijd waarschijnlijk nog hoger ligt, doordat kinderen ook buitenshuis met digitale media in aanraking komen, bijvoorbeeld op de opvang, op school of bij familie. Dit benadrukt volgens Tuijnman het belang dat ouders bewust omgaan met het moment, de reden en de duur van mediagebruik, waarbij de richtlijn als hulpmiddel kan dienen.

Gebruik zonder begeleiding

Niet alleen de hoeveelheid tijd, maar vooral de manier waarop media worden gebruikt is van belang. Ongeveer de helft van de kinderen (49%) gebruikt digitale media meestal alleen of samen met leeftijdsgenoten. Voor veel opvoeders maakt mediagebruik deel uit van de dagelijkse routine: 72% zet digitale media in om hun kind even zelfstandig bezig te laten zijn en 67% gebruikt het om zelf iets te kunnen doen. Daardoor vindt mediagebruik vaak plaats zonder actieve begeleiding.

Dr. Peter Nikken geeft aan dat het juist bij jonge kinderen uitmaakt hoe en met wie ze media gebruiken: “Samen kijken, uitleg geven en meedoen helpt hen beter te begrijpen wat ze zien. Kinderen leren sociale vaardigheden, taal en begrip niet van een scherm op zich, maar van de interactie eromheen. Als ze vooral alleen kijken of spelen, dan missen ze een belangrijk deel van die ontwikkeling.”

Een deel van de opvoeders ervaart knelpunten bij het begeleiden van mediagebruik. Zo geeft één op de tien aan moeite te hebben met het volhouden van afspraken (8%) of met het uitleggen van mogelijke risico’s (13%). Ook zegt een kwart (25%) moeite te hebben met het eigen voorbeeldgedrag, bijvoorbeeld door in het bijzijn van hun kinderen meer digitale media te gebruiken dan ze wenselijk vinden.

Ondersteuning

Hoewel ouders grip willen houden op het mediagebruik van hun kind, ontbreken volgens de onderzoekers vaak concrete handvatten of is niet altijd bekend waar die te vinden zijn. Daarmee ligt er een rol voor onder meer Netwerk Mediawijsheid, het Expertisecentrum Digitalisering en Welzijn van het Trimbos-instituut en lokale organisaties die ouders en kinderen ondersteunen, zoals bibliotheken, basisscholen, kinderopvang, consultatiebureaus en kraamzorg. Volgens dr. Tuijnman staan opvoeders er daarbij niet alleen voor en kunnen zij onder meer terecht op de website digitalebalans.nl, evenals via bijbehorende chat- en telefonische hulplijnen. Bekijk alle resultaten van het onderzoek in het Onderzoeksrapport Iene Miene Media 2026.

Balansmodel

In november 2022 schreven we over een destijds nieuw advies van het Trimbos over het gebruik van digitale media onder jonge kinderen. Juist voor kinderen van 0 tot vier jaar is het volgens het Trimbos belangrijk een goede balans te vinden. Het Trimbos ontwikkelde destijds daarom een digitaal balansmodel, een online tool waarmee ouders samen met hun kind kunnen nagaan of er sprake is van gezond mediagebruik. Het advies biedt bovendien professionals in onder meer de kinderopvang, jeugdgezondheidszorg en kinderfysiotherapie handvatten om ouders gericht te begeleiden en adviseren over het gebruik van digitale media.