Misinformatie op sociale media heeft aantoonbaar invloed op gezondheidsgedrag. Bijna een op de vijf Nederlanders die de bewering kennen dat zonnebrandcrème huidkanker zou veroorzaken, gebruikt daardoor minder of helemaal geen zonnebrand. Vooral jongeren blijken gevoelig voor dergelijke berichten. De uitkomsten sluiten aan bij ander recent onderzoek waaruit blijkt dat informatie op sociale media medische keuzes beïnvloedt en steeds vaker mee de spreekkamer in komt.
Dat blijkt uit een enquête van Panel Inzicht onder 2.000 Nederlanders, uitgevoerd in opdracht van Independer. Van de respondenten heeft 73 procent weleens gehoord of gelezen dat zonnebrandcrème huidkanker zou veroorzaken. Van deze groep noemt de helft sociale media als belangrijkste bron, gevolgd door familie en vrienden.
Onder 18- tot 34-jarigen die de bewering kennen, wijst 64 procent sociale media als bron aan. Bij 65-plussers is dat 30 procent. Van degenen die met de bewering in aanraking kwamen, gebruikt 17 procent hierdoor minder of geen zonnebrandcrème. Bij 18- tot 34-jarigen is dat zelfs 32 procent.
Gezondheidskeuzes
Volgens Independer-zorgverzekeringsexpert Bas Knopperts is sprake van een schadelijke omkering van de feiten. Niet zonnebrandcrème, maar te veel uv-straling beschadigt de huid en vergroot het risico op huidkanker. Organisaties zoals KWF Kankerbestrijding en het Nationaal Huidfonds bestempelen de bewering dat zonnebrandcrème kankerverwekkend is als een fabel.
De bevindingen passen in een breder beeld van de invloed van online gevonden gezondheidsinformatie. Onderzoekers van de Yale School of Medicine concludeerden onlangs op basis van onderzoek onder ruim 7.000 Amerikaanse volwassenen dat een op de vijf sociale-mediagebruikers een gezondheidsbeslissing heeft genomen op basis van online beschikbare informatie via onder meer social media. Opvallend is dat veel mensen tegelijkertijd aangeven die informatie niet volledig te vertrouwen.
Dat heeft ook gevolgen voor zorgprofessionals. Patiënten nemen steeds vaker zelf gevonden gezondheidsinformatie mee naar de spreekkamer, naast gegevens van bijvoorbeeld smartwatches en andere wearables. De traditionele informatiestroom van arts naar patiënt verandert daarmee steeds meer in een dialoog. Zorgverleners krijgen tegelijkertijd een grotere rol bij het beoordelen en duiden van informatie die patiënten online tegenkomen.
Mentale gezondheid
De mogelijke gezondheidseffecten van sociale media beperken zich niet tot misinformatie. Social-mediagebruik heeft ook negatieve gevolgen voor mentale gesteldheid. Een onderzoek onder 295 jongvolwassenen eind 2025 schetste dat een week minder gebruik van sociale media gepaard ging met 16,1 procent minder angstsymptomen, 24,8 procent minder depressieve symptomen en 14,5 procent minder klachten over slapeloosheid. De onderzoekers stelden wel dat vervolgonderzoek nodig is naar de langetermijneffecten.
Dat sociale media niet uitsluitend als gezondheidsrisico moeten worden beschouwd, benadrukte scholiere Laurine Beele onlangs in een interview met ICT&health. Zij kreeg begin dit jaar een ICT&health Award voor haar inzet rond gezonder gebruik van sociale media. Na eigen ervaringen met een socialmedia-detox zet zij zich in om vooral jongeren bewuster te maken van zowel de negatieve als positieve kanten ervan.
Volgens Beele bieden sociale media ook mogelijkheden om contacten te onderhouden, nieuwe mensen te ontmoeten en de eigen wereld te verbreden. Met internationale medescholieren werkt ze daarom aan UnbubbleX, een alternatief sociaal platform dat gebruikers niet in een algoritmische bubbel moet vasthouden en betrouwbaardere informatie en gezonder online contact centraal stelt.
Betrouwbare informatie
Juist de combinatie van risico's en mogelijkheden maakt volgens de verschillende onderzoeken een bewuste omgang met sociale media belangrijk. Het nieuwe onderzoek naar zonnebrand laat namelijk zien dat online misinformatie niet alleen tot twijfel leidt, maar daadwerkelijk gezondheidsgedrag ten negatieve kan veranderen.