Wie de solidariteit in de zorg wil beschermen, moet durven veranderen

di 15 september 2026 - 14:00
Wie de solidariteit in de zorg wil beschermen, moet durven veranderen
Zorgtransformatie
Achtergrond

De discussie over de toekomst van onze gezondheidszorg gaat te vaak over de vraag wie de rekening moet betalen. Maar de werkelijke vraag is hoe we ervoor zorgen dat die rekening structureel minder hard groeit. Daarvoor hebben we niet alleen overheid, verzekeraars en zorgaanbieders nodig. Ondernemers en investeerders moeten onderdeel worden van de transformatie, onder duidelijke publieke voorwaarden en afgerekend op aantoonbaar resultaat.

De Nederlandse gezondheidszorg is een van de sterkste fundamenten van onze samenleving. Zij beschermt niet alleen onze gezondheid, maar ook onze vrijheid, arbeidsproductiviteit en onderlinge solidariteit. Juist daarom moeten we erkennen dat het huidige model tegen zijn grenzen aanloopt.

De zorgvraag groeit, terwijl de beroepsbevolking niet evenredig meegroeit. Bij ongewijzigd beleid kan het personeelstekort in zorg en welzijn oplopen tot 301.000 medewerkers in 2035. Tegelijkertijd blijven de zorguitgaven structureel stijgen. Meer geld en meer mensen alleen gaan dit probleem daarom niet oplossen. We zullen meer gezondheid en betere zorg moeten organiseren met relatief minder schaarse arbeid. Dat vraagt om een wezenlijk andere discussie over zorginnovatie.

Bezuinigen is niet hetzelfde als besparen

In het publieke debat worden verschillende begrippen te gemakkelijk door elkaar gebruikt. Een hoger eigen risico kan de collectieve uitgaven verlagen, maar maakt een behandeling zelf niet goedkoper. Een lager tarief kan de begroting van een verzekeraar verbeteren, maar betekent nog niet dat dezelfde zorg efficiënter wordt geleverd. Een investering een jaar uitstellen kan vandaag financiële ruimte creëren, maar maakt de structurele opgave morgen niet kleiner.

We moeten daarom veel scherper onderscheid maken tussen lastenverlichting, kostenverschuiving, efficiency, capaciteitswinst en echte structurele besparingen. Voor ons is die laatste categorie uiteindelijk het interessantst: dezelfde of betere gezondheidsuitkomst realiseren tegen duurzaam lagere integrale kosten.

Dat klinkt logisch. Toch is ons zorgstelsel daar lang niet altijd op ingericht. Veel innovaties worden namelijk boven op bestaande zorg geplaatst. Een ziekenhuis implementeert een dashboard, maar behoudt dezelfde controles. Een patiënt krijgt een app, maar bezoekt nog steeds even vaak het ziekenhuis. Een algoritme ondersteunt de professional, maar verandert niets aan het onderliggende proces. Dan hebben we misschien gedigitaliseerd, maar nog niet getransformeerd.

De belangrijkste vraag bij iedere zorginnovatie zou daarom moeten zijn:

Wat kunnen we dankzij deze oplossing anders, minder of helemaal niet meer doen?

Dat kan een fysieke controle zijn. Administratieve verwerking. Onnodige diagnostiek. Reistijd. Een deel van de nazorg. Instroom in zwaardere zorg. Of, wanneer dat medisch verantwoord is, het gebruik van kostbare medicatie.

Pas wanneer technologie daadwerkelijk een zorgproces verandert, ontstaat de mogelijkheid om de productiviteit van ons zorgstelsel structureel te verhogen.

Ondernemers horen daarom aan de transformatietafel

Daarmee komen we bij een onderwerp dat in Nederland soms ongemakkelijk wordt gevonden: de rol van ondernemerschap en privaat kapitaal in de zorg. Het zorgstelsel wordt terecht vormgegeven door patiënten, professionals, zorgaanbieders, verzekeraars, overheid en toezichthouders. Zij bewaken kwaliteit, toegankelijkheid, veiligheid en solidariteit.

Maar voor een structurele transformatie zijn ook ondernemers, innovators en investeerders nodig. Niet omdat zij moeten bepalen wat goede zorg is. Dat blijft een medische en publieke verantwoordelijkheid. Hun rol is een andere.

Ondernemers kunnen organisaties bouwen rond één specifiek zorgprobleem. Ze kunnen technologie ontwikkelen, snel leren, uitvoeringsrisico nemen en oplossingen over instellingen heen opschalen. Investeerders kunnen kapitaal beschikbaar stellen op het moment dat de maatschappelijke opbrengst nog onzeker is en traditionele financiers dat risico niet kunnen of willen dragen. Die rol moet niet vrijblijvend zijn.

Geen vergoeding omdat een technologie interessant klinkt. Geen structurele inkoop omdat een pilot enthousiast is ontvangen. En ook geen investeringsrendement uitsluitend omdat een bedrijf erin slaagt omzet naar zich toe te trekken. De maatschappelijke opdracht moet onderdeel worden van de economische opdracht.

Van pilot naar bewezen transformatie

Een van de grootste problemen van zorginnovatie zit momenteel tussen pilot en structurele opschaling. Verzekeraars willen terecht bewijs voordat zij structureel betalen. Ondernemers hebben schaal nodig om dat bewijs te verzamelen. Zorgaanbieders willen niet investeren in implementatie zonder perspectief op vergoeding. En investeerders kunnen risico dragen, maar niet wanneer succesvolle implementatie uiteindelijk nergens commercieel toe leidt.

Het resultaat kennen we inmiddels: veel pilots, veel goede intenties, maar te weinig structurele verandering. We zouden daarom veel vaker met zorgtransformatiepartnerschappen moeten werken.

Daarbij spreken zorgaanbieder, verzekeraar, ondernemer, investeerder en waar nodig overheid vooraf af welk zorgproces moet veranderen, welk bewijs daarvoor nodig is, wie de implementatie financiert en wanneer structurele inkoop volgt.

Maar ook, en dit is cruciaal, welke bestaande zorg bij succes daadwerkelijk wordt verminderd of vervangen. Want daar zit de echte transformatie.

We zien vandaag al hoe dat kan werken

Binnen de Healthy.Capital-portefeuille zien we verschillende voorbeelden van mechanismen die hiervoor kunnen worden gebruikt. Neem IkHerstel. Het bedrijf begeleidt patiënten digitaal voor en na een operatie met een persoonlijk herstelplan. In een gerandomiseerde studie in elf Nederlandse ziekenhuizen hervatten patiënten na grote buikoperaties mediaan dertien dagen eerder hun normale activiteiten, zonder verschil in complicatiefrequentie.

De interessante vervolgvraag is dan niet meer of de technologie werkt. De vraag is: wat kunnen we dankzij dat snellere herstel anders organiseren? Zijn minder herstelconsulten nodig? Neemt verzuim af? Kan nazorg anders worden ingericht?

Of kijk naar MiGuide, dat digitale leefstijlzorg schaalbaar organiseert. De potentie daarvan zit niet simpelweg in het vervangen van een fysieke afspraak door een digitale afspraak. De echte waarde ontstaat wanneer grotere groepen patiënten begeleid kunnen worden zonder een evenredige groei van fysieke locaties en professionals.

Bij MS Sherpa geldt hetzelfde principe. Digitale monitoring kan veranderingen bij mensen met multiple sclerose tussen reguliere afspraken zichtbaar maken. Maar de systeemwaarde ontstaat pas wanneer die informatie leidt tot gerichtere consulten, minder onnodige controles of betere beslissingen over kostbare medicatie.

Homed-IQ kan diagnostiek voor bepaalde toepassingen naar huis brengen. OpenUp organiseert via werkgevers eerdere toegang tot mentale ondersteuning buiten de reguliere verzekerde zorg. Saar aan Huis ondersteunt ouderen en mantelzorgers thuis en kan mogelijk bijdragen aan langer zelfstandig wonen.

Geen van deze voorbeelden betekent automatisch dat er geld wordt bespaard. En precies dát onderscheid moeten we durven maken.

Vrijgespeelde capaciteit kan bijvoorbeeld worden gebruikt om een wachtlijst te verkorten. Dat is enorme maatschappelijke waarde, maar niet noodzakelijk een kasbesparing. Eerder herstel kan leiden tot minder verzuim en dus economische waarde creëren bij een werkgever in plaats van bij de zorgverzekeraar. We moeten veel preciezer worden in waar waarde ontstaat, wie ervan profiteert en hoe we die waarde meten.

Maak impact onderdeel van het verdienmodel

Dat vraagt ook iets van investeerders. Wij kunnen niet van zorgverzekeraars verlangen dat zij betalen voor onbewezen claims, terwijl wij zelf uitsluitend naar financiële groei kijken. Als wij zeggen dat ondernemerschap onderdeel kan zijn van de oplossing, moeten we ook accepteren dat daar verplichtingen tegenover staan.

Dat betekent investeren in klinische validatie, gegevensbescherming en implementatie. Transparant zijn over aannames en onzekerheden. Niet iedere theoretisch vermeden zorgactiviteit presenteren als gerealiseerde besparing.

En uiteindelijk: rendement verbinden aan aantoonbare maatschappelijke waarde. Dat hoeft geen tegenstelling te zijn. Sterker nog, onze overtuiging is dat de beste zorgbedrijven juist economisch waardevol kunnen worden omdat zij een fundamenteel maatschappelijk probleem oplossen.

Een onderneming die aantoonbaar voorkomt dat patiënten onnodig zwaardere zorg gebruiken, professionals productiever maakt of behandelingen slimmer organiseert, creëert economische waarde. Wanneer een deel daarvan kan terugvloeien naar de onderneming en haar investeerders, ontstaat een mechanisme waarmee nieuw kapitaal opnieuw in innovatie kan worden geïnvesteerd. Impact en rendement staan dan niet tegenover elkaar. Ze versterken elkaar.

De moeilijkste stap komt pas na bewezen succes

Daarvoor moeten we wel bereid zijn de consequentie van succesvolle innovatie te accepteren. Als een nieuwe oplossing aantoonbaar betere resultaten oplevert tegen lagere integrale kosten, moet er iets veranderen aan de bestaande zorg. Dat is misschien wel het moeilijkste onderdeel van zorgtransformatie.

Een zorgaanbieder kan omzet of fysieke capaciteit verliezen. Een professional moet misschien afscheid nemen van een vertrouwde werkwijze. Een verzekeraar moet verder kijken dan een jaarlijkse inkoopcyclus. Richtlijnen moeten sneller worden aangepast. En ondernemers moeten accepteren dat onvoldoende resultaat ook betekent dat financiering stopt. Zonder die consequenties blijft innovatie een toevoeging aan het bestaande systeem. En toevoegingen alleen gaan onze zorg niet schaalbaar maken.

Solidariteit vraagt om ondernemerschap

De keuze waar Nederland voor staat is daarom niet een keuze tussen markt en overheid. Ook niet tussen solidariteit en ondernemerschap. De vraag is onder welke voorwaarden we alle beschikbare krachten kunnen inzetten om ons zorgstelsel toekomstbestendig te maken.

Patiënten bewaken toegankelijkheid en menselijke maat. Professionals bewaken medische kwaliteit. Zorgaanbieders bewaken continuïteit. Verzekeraars bewaken doelmatigheid. Overheid en toezichthouders bewaken publieke waarden. Ondernemers moeten bewijzen dat hun oplossingen werken en schaalbaar zijn. En investeerders moeten bereid zijn risico te dragen én transparant te zijn over financieel en maatschappelijk rendement.

Niemand bezit afzonderlijk de oplossing. Maar iedereen kan wel verantwoordelijkheid nemen voor de uitkomst. Daarom moeten we stoppen met alleen de vraag “wat kost deze innovatie?” De betere vraag is:

“Welke zorg kunnen we dankzij deze innovatie aantoonbaar beter organiseren, welke bestaande kosten of capaciteit kunnen daardoor veranderen, en hoe zorgen we dat alle betrokken partijen belang hebben bij die transformatie?”

Dat is geen pleidooi om de zorg verder te vermarkten. Het is een pleidooi om ondernemerschap veel gerichter in te zetten voor het behoud van een publiek goed. Want wie onze solidariteit wil beschermen, kan niet alleen verdedigen wat we vandaag hebben.

We moeten organiseren wat straks nog mogelijk is.

Voeg ICT&health toe aan Google

Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.

Toevoegen aan Google

Ook dit onderwerp krijgt een prominente plek tijdens de ICT&health World Conference 2027. Wil je erbij zijn en niets missen? Reserveer dan tijdig je ticket.