Deze week in het kort zorgnieuws aandacht voor de definitieve ingebruikname van een zelfmeetpunt bij Treant, de verlening van de pilot TLB en de uitrol van een nieuw EPD bij het LUMC. Verder ook aandacht voor de ontwikkeling van een nieuwe digitale dienst voor de verwerking van ZN-formulieren en de benoeming van de nieuwe directeur Onderzoek, Ontwikkeling & Geneesmiddelen bij Zorginstituut Nederland.
Zelfmeetpunt Treant
Patiënten van ziekenhuislocatie Scheper van Treant in Emmen kunnen sinds kort gebruikmaken van een zelfmeetpunt, de zogenoemde Alviscan. Deze meet binnen enkele minuten onder meer bloeddruk, hartslag, zuurstofsaturatie, gewicht en lengte. Het initiatief moet patiënten beter voorbereiden op hun afspraak en zorgverleners meer tijd geven voor het gesprek in de spreekkamer.
Na een succesvolle pilot in 2025 is het zelfmeetpunt nu beschikbaar voor patiënten van verschillende specialismen, waaronder gynaecologie, interne geneeskunde en neurologie. Uit de proef bleek dat zelfmetingen bijdragen aan efficiëntere spreekuren en vaak betrouwbaardere meetwaarden opleveren. Volgens cardioloog Robert Schuurman zijn patiënten tijdens een traditionele meting vaak gespannen, waardoor bijvoorbeeld de bloeddruk hoger uitvalt. In een rustige omgeving meten patiënten zelf, wat tot nauwkeurigere resultaten kan leiden.
Het systeem geeft via een beeldscherm stap-voor-stap instructies en print de meetresultaten uit voor het consult. Daarnaast ontlast het zorgpersoneel en versnelt het processen doordat gegevens zoals lengte en gewicht direct beschikbaar zijn voor eventuele vervolgonderzoeken. Patiënten waarderen vooral het extra inzicht in hun eigen gezondheid en de grotere regie over hun zorgproces.
Pilot TLB verlengd
De pilot voor de Tijdlijn voor Beeldbeschikbaarheid (TLB) wordt verlengd en uitgebreid om het veilig delen van radiologische beelden tussen zorginstellingen verder te testen. Het aantal deelnemende ziekenhuizen groeit van vijf naar maximaal twaalf, met nieuwe deelnemers uit de regio’s Den Haag, Delft en Rotterdam. Hierdoor kan de oplossing in een bredere praktijkomgeving worden geëvalueerd.
De TLB-software biedt zorgprofessionals één overzicht van radiologische beelden en verslagen uit verschillende ziekenhuizen. Dit ondersteunt diagnose en behandelbeslissingen doordat alle relevante beeldinformatie beschikbaar is. Op basis van ervaringen uit de eerste pilot wordt de geldigheidsduur van patiënttoestemming verlengd van 72 uur naar 28 dagen, zodat deze beter aansluit bij poliklinische trajecten en multidisciplinaire overleggen.
De pilot loopt tot eind januari 2027 en geldt als opstap naar een landelijke infrastructuur voor beeldbeschikbaarheid. Deze Landelijke Tijdlijn moet zorgverleners een volledig en actueel overzicht geven van medische beelden, ongeacht waar deze zijn gemaakt. Daarbij wordt gebruikgemaakt van standaarden zoals Mitz voor patiënttoestemming en Twiin voor veilige gegevensuitwisseling. Het initiatief moet de kwaliteit, veiligheid en efficiëntie van zorg verbeteren, terwijl zorginstellingen keuzevrijheid behouden in de gebruikte tijdlijnapplicaties.
Nieuw EPD voor LUMC
Het LUMC werkt sinds 12 juni 2026 met een nieuw elektronisch patiëntendossier (EPD): HiX 6.3 Standaard Content. Het systeem moet de samenwerking en gegevensuitwisseling binnen het ziekenhuis en met externe zorgverleners verbeteren. Tegelijkertijd is ook patiëntenportaal mijnLUMC vernieuwd, waardoor patiënten meer regie krijgen over hun zorg.
Via het vernieuwde portaal kunnen patiënten onder meer online inchecken voor afspraken, medische gegevens raadplegen en afspraken en toestemmingen beheren. Daarnaast wordt het eenvoudiger om relevante informatie te delen met huisartsen en andere ziekenhuizen. Om patiënten te ondersteunen bij deze digitalisering heeft het LUMC een Digitale Hulp Balie ingericht.
De invoering van het nieuwe EPD volgt op een intensief voorbereidingstraject. Een eerder geplande livegang werd kort voor de implementatie uitgesteld, waarna aanvullende maatregelen zijn genomen. Daarbij is extra aandacht besteed aan ICT-beveiliging en digitale veiligheid. Volgens bestuursvoorzitter Martin Jan Schalij vormt de overstap een belangrijke stap richting één integraal EPD dat de zorg veiliger, overzichtelijker en efficiënter maakt. In de eerste periode na de ingebruikname kunnen patiënten rekening houden met langere wachttijden, omdat medewerkers en patiënten nog moeten wennen aan het nieuwe systeem. Het LUMC verwacht dat de nieuwe digitale omgeving uiteindelijk bijdraagt aan betere samenwerking, meer patiëntinzicht en toekomstbestendige zorg.
Digitale dienst ZN-formulieren
VECOZO ontwikkelt in opdracht van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de KNMP een nieuwe digitale dienst voor de verwerking van ZN-formulieren, oftewel artsenverklaringen voor Bijlage 2-geneesmiddelen. De nieuwe oplossing moet het huidige, vaak omslachtige proces vereenvoudigen en efficiënter maken. Met de digitale dienst worden formulieren centraal beschikbaar gesteld, actueel gehouden en veilig verwerkt via het VECOZO-platform. Daarmee willen ZN en de KNMP administratieve lasten verminderen, vertragingen in de zorg voorkomen en risico’s in het declaratieproces beperken. Ook moet één uniforme werkwijze ontstaan voor alle betrokken partijen in de zorgketen.
De dienst bevindt zich momenteel nog in de ontwikkelfase. Ter voorbereiding op de ingebruikname, die voor het najaar wordt verwacht, organiseert VECOZO ketentesten. Apothekers kunnen zich hiervoor per mail aanmelden en krijgen de mogelijkheid om het toekomstige proces te doorlopen en feedback te geven op de praktische werking van de nieuwe dienst. Daarmee dragen zij bij aan een soepele implementatie van de digitale oplossing.
Directeur OOG bij ZIN
Susan Janssen is per 1 juni benoemd tot directeur Onderzoek, Ontwikkeling & Geneesmiddelen (OOG) bij Zorginstituut Nederland. In deze functie gaat zij bijdragen aan het versterken van de verbinding tussen wetenschap, praktijk en beleid, met als doel de zorg toegankelijk, betaalbaar en toekomstbestendig te houden.
Janssen brengt ruime ervaring mee vanuit het RIVM, waar zij onder meer werkzaam was als centrumhoofd Gezondheidsbescherming en plaatsvervangend directeur Volksgezondheid en Zorg. Daar gaf zij leiding aan circa 140 professionals die over geneesmiddelen en medische technologie adviseerden voor organisaties zoals het ministerie van VWS, de IGJ, de Europese Unie en de WHO.
Met een achtergrond in de medische biologie en een promotie in de moleculaire dierfysiologie combineert zij wetenschappelijke expertise met beleidsmatige ervaring. Volgens Zorginstituut Nederland staat Janssen bekend om haar coachende leiderschapsstijl, waarbij inhoudelijke kwaliteit, samenwerking en aandacht voor medewerkers centraal staan. Haar benoeming moet bijdragen aan de verdere ontwikkeling van kennis en instrumenten die de Nederlandse gezondheidszorg ondersteunen bij toekomstige uitdagingen.
Tips, suggesties of persberichten kunnen per e-mail gestuurd worden naar redactie@icthealth.nl. Check ook de content van onze redactieraad en gastauteurs. En van de deskundigen in onze Innovation Partners Group.