Videoconsulten, digitale triage en hybride zorgpaden zijn allang geen experimenten meer. Toch blijft de grootschalige opschaling van digitale zorg in Nederland achter bij de mogelijkheden. Volgens huisartsen Leonieke de Pont en Deborah Hilgeman komt daar de komende jaren verandering in - mits zorgorganisaties digitale zorg niet langer als losse toepassing zien, maar als integraal onderdeel van netwerkzorg.
Tijdens de coronapandemie maakten zorgverleners en patiënten op grote schaal kennis met digitale zorg. Daarna volgde een periode waarin veel initiatieven bleven bestaan, maar een echte doorbraak uitbleef. De volgende fase vraagt volgens De Pont en Hilgeman om meer dan technologie alleen, zo stelden zij in een recente editie van ICT&health. Het gaat om samenwerking tussen zorgorganisaties, goede gegevensuitwisseling en een duidelijke visie op hoe digitale en fysieke zorg elkaar versterken.
Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor medische servicecentra (MSC’s), die fungeren als hub voor digitale triage en het routeren van zorgvragen. De Pont en Hilgeman werken parttime voor zo’n MSC, in dit geval van Medicinfo. Verpleegkundigen beoordelen hier de hulpvraag en zorgen dat patiënten sneller op de juiste plek terechtkomen. Dat kan variëren van zelfzorgadvies tot een consult met een huisarts of verwijzing naar andere zorgverleners.
Netwerkzorg
Volgens De Pont ligt de grootste uitdaging niet in de technologie zelf, maar in de organisatie van de zorg. Digitale zorg moet onderdeel worden van regionale netwerken waarin huisartsen, huisartsenposten en uiteindelijk ook andere zorgaanbieders samenwerken. Alleen zo kunnen zorgvragen slimmer worden verdeeld in tijd, locatie en beschikbare capaciteit.
Die ontwikkeling staat nog in de kinderschoenen. Hoewel voorbeelden laten zien dat digitale triage de werkdruk kan verlagen en patiënten sneller kan helpen, ontbreken vaak nog de randvoorwaarden voor grootschalige opschaling. Denk aan betere koppelingen met informatiesystemen, meer standaardisatie en verdere stappen richting databeschikbaarheid.
Nog veel werk
Ook wet- en regelgeving speelt een rol. Nieuwe hybride zorgpaden vragen om duidelijke kaders voor digitale consulten, gegevensuitwisseling en samenwerking tussen zorgorganisaties. “Er is hoe dan ook nog een hoop werk te verzetten om te komen tot netwerkzorg”, zegt De Pont.
Juist daarom verwachten zij en Hilgeman dat de komende jaren bepalend worden. De technologie is beschikbaar, de eerste resultaten zijn zichtbaar. De vraag is nu of de zorgsector erin slaagt om de stap te maken van losse digitale toepassingen naar een samenhangend netwerk waarin digitale zorg een vanzelfsprekend onderdeel van het zorgproces wordt.
Dit artikel gemist? Lees het alsnog in ICT&health editie 1, 2026 en in ons online magazine.