De technologische ontwikkeling in de zorg is nauwelijks bij te houden. Waar artsen ooit werkten met relatief eenvoudige instrumenten, zijn vandaag de dag kunstmatige intelligentie, robotica en digitale monitoring in hoog tempo onderdeel van de zorgpraktijk geworden. De vraag is niet langer óf deze technologieën hun weg vinden naar de zorg, maar hoe zij verantwoord kunnen worden ingezet, zo schrijft René Luigies in editie 5, 2025, van ICT&health.
Die versnelling is volgens de auteur goed te illustreren met een vergelijking uit de mobiliteit. Waar vroeger een eenvoudige auto met een papieren stratenboek volstond om van A naar B te komen, rijden vandaag de dag voertuigen rond die deels autonoom navigeren. In de zorg is een vergelijkbare ontwikkeling zichtbaar: van relatief eenvoudige meetinstrumenten naar implantaten die continu gegevens verzamelen en op afstand worden gemonitord.
AI presteert beter
AI speelt daarin een steeds grotere rol. Algoritmen kunnen medische beelden analyseren, laboratoriumuitslagen combineren met patiëntgeschiedenis en patronen herkennen die voor mensen moeilijk zichtbaar zijn. In sommige domeinen – zoals het analyseren van hartritmes of het voorspellen van oogziekten – presteren AI-systemen inmiddels vergelijkbaar met of beter dan menselijke experts.
Daarnaast biedt AI allerlei mogelijkheden om zorgprocessen efficiënter te organiseren. Denk aan administratieve ondersteuning, triage via digitale assistenten of voorspellende modellen voor ziekenhuiscapaciteit. In theorie kan dit de werkdruk verlagen en zorgprofessionals meer ruimte geven voor directe patiëntenzorg.
Toch heeft deze ontwikkeling ook een keerzijde. AI-systemen zijn afhankelijk van de kwaliteit van de data waarmee ze worden getraind. Onvolledige of vertekende datasets kunnen leiden tot verkeerde conclusies of ongelijkheid in zorguitkomsten. Bovendien functioneren veel algoritmen als ‘black box’: hun redenering is moeilijk te doorgronden, wat vertrouwen en verantwoord gebruik bemoeilijkt.
Nog een paradox
Daar komt volgens Luigies een andere paradox bij. Terwijl de zorgsector steeds meer inzet op duurzaamheid, heeft digitalisering zelf ook een ecologische impact. Datacenters, AI-training en de productie van digitale apparatuur vragen veel energie en grondstoffen. Tegelijk groeit de hoeveelheid elektronisch afval door de snelle toename van medische sensoren, wearables en andere digitale hulpmiddelen.
Dit betekent niet dat digitalisering of AI moet worden afgeremd, maar wel dat de sector bewuster moet omgaan met de inzet ervan. De zorg kan niet zonder digitale technologie om toegankelijk en betaalbaar te blijven. Elektronische patiëntendossiers, telezorg en digitale monitoring verbeteren samenwerking tussen zorgverleners en geven patiënten meer regie over hun gezondheid.
Voorwaarden duurzame impact
Maar technologische innovatie alleen is onvoldoende. Voor duurzame impact zijn ook andere voorwaarden nodig: aandacht voor inclusiviteit, bescherming van patiëntgegevens, transparante algoritmen en nieuwe circulaire businessmodellen voor medische technologie.
Bovendien vraagt digitale zorg om gedragsverandering – bij zorgprofessionals, patiënten én organisaties. Initiatieven rond digitale inclusie, ethisch ontwerp van technologie en verantwoord hergebruik van apparatuur laten zien dat deze beweging al op gang komt.
De uitdaging voor de komende jaren ligt daarom niet alleen in verdere innovatie, maar vooral in het verstandig toepassen van wat er al is. Pas wanneer technologie, duurzaamheid en mensgerichte zorg in balans zijn, kan AI werkelijk bijdragen aan toekomstbestendige zorg.
Dit artikel gemist? Lees het terug in editie 5, 2025 van ICT&health. Of lees het in ons online magazine.