Bij bijna één op de vijf psychiatrische crisissituaties onder kinderen en jongeren speelt een probleem rond digitale media of apparaten een rol. Dat blijkt uit onderzoek naar meer dan 3.700 crisiscontacten in een groot gespecialiseerd kinderziekenhuis. De studie laat zien dat onder meer cyberpesten, schadelijke online content, overmatig smartphone en tabletgebruik en risicovolle seksuele contacten via internet regelmatig voorkomen bij jongeren die acute psychiatrische hulp nodig hebben.
De onderzoekers analyseerden elektronische patiëntendossiers uit 2021 en 2022 van patiënten tussen 6 en 17 jaar. Bij 19,2 procent van de crisiscontacten werd een probleem vastgesteld dat verband hield met digitale media of apparaten.
Jongens vs. meisjes
Jongeren bij wie digitale media een rol speelden, waren gemiddeld iets ouder. Ook hadden zij vaker een stemmingsstoornis. Dit was de enige diagnostische categorie die in het onderzoek significant samenhing met digitale mediaproblemen. Jongeren met een stemmingsstoornis hadden bijna twee keer zoveel kans op een crisis waarbij digitale media betrokken waren als leeftijdsgenoten zonder zo'n diagnose.
Daarnaast vonden de onderzoekers verschillen tussen jongens en meisjes. Bij meisjes ging het significant vaker om risicovol seksueel gedrag of relaties via internet. Jongens kwamen juist vaker in een crisissituatie terecht waarbij toegang tot digitale apparaten of overmatig gebruik een rol speelde en het dagelijks functioneren werd verstoord.
Volgens mede-auteur Meredith Gansner, universitair docent psychiatrie bij University of Rochester Medicine Golisano Children’s, komen deze verschillen overeen met patronen uit eerder onderzoek onder jongeren buiten acute psychiatrische zorg. Inzicht in dergelijke verschillen kan volgens haar helpen om preventie en begeleiding beter af te stemmen op individuele risico's.
Verband met suïcidale gedachten
De onderzoekers zagen ook een verband tussen problemen rond digitale media en de ernst van psychiatrische crisissituaties. Bij crisiscontacten waarbij digitale media een rol speelden, was vaker sprake van suïcidale gedachten. Ook werd bij deze jongeren vaker geadviseerd om hen op te nemen voor psychiatrische behandeling.
Vooral online conflicten en blootstelling aan risicovolle content vertoonden een sterke samenhang met suïcidale gedachten. De resultaten tonen echter niet aan dat digitale media deze problemen veroorzaken. Volgens de onderzoekers kunnen problemen rond digitale media zowel bijdragen aan een crisissituatie als een uiting zijn van al bestaande psychische kwetsbaarheid.
Dat laatste wordt onder meer ondersteund door het aantal terugkerende crisiscontacten. Jongeren met digitale mediagerelateerde problemen kwamen tijdens de onderzoeksperiode bijna twee keer zo vaak meerdere keren terug voor psychiatrische crisishulp. Vooral problemen rond de toegang tot apparaten gingen relatief vaak gepaard met herhaalde crisiscontacten.
Digitale media kunnen bovendien verschillende functies vervullen. Voor sommige jongeren kan een smartphone of ander apparaat een manier zijn om met problemen om te gaan, terwijl online interacties bij anderen bestaande spanningen juist kunnen versterken.
Digitale leefwereld meenemen in beoordeling
De onderzoekers pleiten ervoor om tijdens psychiatrische crisisbeoordelingen structureel aandacht te besteden aan het digitale mediagebruik van jongeren. Vragen over bijvoorbeeld cyberpesten, online relaties, schadelijke content en problematisch apparaatgebruik kunnen mogelijk helpen specifieke risico's eerder te herkennen.
Daarbij zien zij ook mogelijkheden voor gerichte interventies. Gezinnen waarin conflicten over het gebruik van smartphones of andere apparaten spelen, kunnen bijvoorbeeld baat hebben bij korte begeleiding. Bij andere jongeren kan specifiek worden gescreend op online gedrag waaraan grotere risico's verbonden zijn.
Gansner benadrukt dat digitale media inmiddels verweven zijn met vrijwel alle aspecten van het leven van adolescenten, terwijl nog relatief weinig bekend is over hun rol tijdens acute psychiatrische crises. De studie levert volgens de onderzoekers een eerste basis voor strategieën die beter aansluiten op zowel de psychische als digitale leefwereld van jongeren.
Tegelijkertijd blijft voorzichtigheid bij de interpretatie van de resultaten noodzakelijk. Het onderzoek toont samenhang aan, maar geen oorzakelijk verband tussen digitale mediaproblemen en psychiatrische crises. Wel maken de bevindingen duidelijk dat digitale ervaringen bij een aanzienlijk deel van de jongeren in acute psychiatrische zorg een relevante factor vormen.
Social media pauze
Eind vorig jaar bleek al dat het inlassen van een (tijdelijke) pauze van sociale media een meetbaar positief effect kan hebben op de geestelijke gezondheid. In een onderzoek onder 295 jongvolwassenen van 18 tot 24 jaar meldden de deelnemers een opmerkelijke verbetering van symptomen van angst, depressie en slapeloosheid nadat ze hun gebruik van sociale media slechts één week hadden beperkt.
Een week minder sociale media gebruiken kan samenhangen met minder angst, depressieve klachten en slapeloosheid. Tijdens het onderzoek daalden angstsymptomen met 16,1 procent, depressiesymptomen met 24,8 procent en slaapproblemen met 14,5 procent. Het gemiddelde gebruik nam af van 1,9 uur naar 30 minuten per dag. De grootste verbeteringen werden gezien bij deelnemers met problematische gebruikspatronen, zoals verslavend gedrag en veel sociale vergelijking. Volgens de onderzoekers kan de kwaliteit van online interacties daarom belangrijker zijn dan de totale schermtijd.
Referenties
JAACAP Open (onderzoek)
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.