Is de Wegiz achterhaald door de EHDS?

do 16 april 2026 - 07:00
Column
Blog

Europa heeft een ambitieus plan voor gezondheidsdata. De European Health Data Space (EHDS) moet ervoor zorgen dat patiënten en zorgverleners zorgdata overal in Europa kunnen inzien, en dat onderzoekers en beleidsmakers veilig gebruik kunnen maken van geanonimiseerde gezondheidsgegevens. Een goede start, maar geen eindpunt.

Want de EHDS is geen knop die je omzet. Het is een transformatie die vraagt om keuzes op het niveau van governance, standaarden én vertrouwen. Andere landen laten zien wat het betekent als je die keuzes vroeg en vastberaden maakt. Estland bouwde één nationaal EPD* als fundament voor de hele zorgsector. Dit is niet te kopiëren voor Nederland, maar het bewijst wat er mogelijk is. Finland zette met het Kanta-platform een knop om: verplichte deelname, gestandaardiseerde uitwisseling, HL7 FHIR als basis. Denemarken maakte digitale triage regionaal verplicht en ziet structureel minder fysieke consulten. De rode draad: landen die digitale zorg echt opschalen doen dat niet met losse pilots, maar met landelijke standaarden en een afdwingbaar kader. Precies wat de EHDS nu Europees probeert te doen en wat Nederland nationaal nog moet effectueren.

Stimulans is niet genoeg

De afgelopen jaren zijn er veel initiatieven voorbijgekomen. Het Versnellingsprogramma informatie-uitwisseling Patiënt & Professional (VIPP) joeg digitalisering aan. De resultaten werden tijdens de meeste regelingen afgezwakt, maar ze hebben wel een basis gelegd voor uitwisselingen met patiënten, de Basisgegevensset Zorg (BgZ), inzage, verwijzen en overdrachten, zelfs cross-sectoraal. Als ik terugkijk is er meer uit de VIPP-programma's gekomen dan toen ik bezig was met de implementaties.

De Wegiz gaf richting maar werd nooit echt gehandhaafd. Het IZA doet zijn werk als regionale aanjager, maar is geen juridisch kader voor databeschikbaarheid.

Dat niet alles gaat zoals vooraf bedacht is dat blijkt wel uit de implementatie van eOverdracht. eOverdracht wacht nog steeds op een werkende uitwisseling vanuit VVT naar ziekenhuizen, en dat terwijl er een VIPP-programma voor was, een AMvB in de Wegiz (komt nog), en een duidelijke zorgbehoefte. In de tussentijd leven we nog steeds in een fase van minimale eOverdracht, waarbij weinig VVT-organisaties de Zorginformatiebouwstenen (zibs) al verwerken in het ECD. Natuurlijk werkt men ook nog aan deze uitwisseling, maar dat is inmiddels al 5 jaar.

Dit is precies het punt, voor een aantal uitwisselingen is afdwingbaarheid nodig. Zolang er geen juridisch kader is dat alle partijen (zorgaanbieders én leveranciers) verplicht, blijft interoperabiliteit afhankelijk van vrijwilligheid en commerciële keuzes.

Drie lagen, maar geen verplichting

Nederland heeft inmiddels een herkenbare structuur opgebouwd rondom databeschikbaarheid. Op ministerieel niveau zorg voor de Wegiz, welke uitwisselingen verplicht zijn en op welke standaard. Zorgverzekeraars Nederland coördineert via het Coördinatieteam Digitale Samenwerkingsinitiatieven (CDS) digitale initiatieven en kan convergentie stimuleren. En in de regio's dragen RSO's en samenwerkingsverbanden de uitvoering. Drie lagen die elk hun bijdrage leveren. Geen van deze lagen heeft een juridisch instrument om leveranciers te verplichten hun systemen open te stellen voor derden. De Wegiz verplicht zorgaanbieders, dat werkt door op leveranciers maar alleen voor de Wegiz uitwisselingen. Het CDS heeft geen mandaat richting de markt. Ondanks dat de grotere RSO’s een betere onderhandelingspositie hebben, zijn zij ook afhankelijk van leveranciers.

De Wegiz is onvolledig

De Wegiz staat nu op pauze voor EHDS-afstemming. Dat is geen reden om hem los te laten , het is een kans om hem beter te maken. De uitwisselingen lopen door: medicatieoverdracht, BgZ, beeldbeschikbaarheid, eOverdracht. Het draagvlak is er. De Wegiz is het enige beschikbare nationale instrument met enige afdwingbaarheid rondom databeschikbaarheid. Het ministerie van VWS geeft aan dat de ze de Wegiz EHDS-ready aan het maken zijn: conformiteitsbeoordelingen afstemmen en uitwisselingen positioneren als voorlopers van de Europese uitwisselingen.

Maar de Wegiz heeft een blinde vlek. Hij richt zich met name op zorgaanbieders, niet direct op leveranciers. Daar zit het structurele probleem.

De twee lagen die Nederland mist

De VS laat zien hoe je dat doorbreekt. De 21st Century Cures Act maakt een onderscheid dat Nederland nog niet maakt. Laag één: het recht op datatoegang. Patiënten kunnen hun data opvragen, downloaden en overdragen. Laag twee: verplichting voor EPD-leveranciers open FHIR-API's aan te bieden zodat andere apps en systemen op dezelfde wijze toegang krijgen tot patiëntdata en verbiedt hun die toegang te blokkeren. Het portaal is het bekendste voorbeeld, maar het gaat principieel over datatoegang in brede zin. Beide lagen zijn juridisch afdwingbaar. Information blocking, het bewust afsluiten van data of functionaliteit, is verboden en kan leiden tot forse boetes. Het resultaat is een ecosysteem waarin patiënten hun medische gegevens uit honderden zorginstellingen op hun smartphone kunnen inzien, en waarin zorgaanbieders niet langer gevangen zitten in het portaal van hun EPD-leverancier.

De EHDS regelt laag één: patiënten krijgen het recht hun data op te vragen, te downloaden en over te dragen. EPD's moeten daarvoor een gestandaardiseerde interface bieden in het Europese EEHRxF-formaat. Er is een tweede laag: kunnen andere partijen dezelfde API's gebruiken als de EPD-leverancier zelf gebruikt? Helaas laat de EHDS deze liggen, en de Wegiz ook.

Dit is geen nieuw inzicht. De Nederlandse universitair medische centra pleitten al eerder expliciet voor een open API-strategie in de Wegiz, met als argument dat leveranciers van zorginformatiesystemen hun diensten moeten ontsluiten zonder toegangsbeperking. Dat pleidooi heeft nooit zijn weg gevonden naar wetgeving.

Zolang leveranciers hun API's gesloten mogen houden voor concurrerende apps, bepalen zij welke digitale voordeur, welk AI-platform of welk telemonitoringsysteem een zorgaanbieder optimaal kan gebruiken, niet de zorgaanbieder zelf en niet de patiënt.

Innovatie stopt waar de API eindigt

De Autoriteit Digitale Gezondheid (ADG) wordt de toezichthouder op databeschikbaarheid. Dat is goed nieuws, maar de ADG kan alleen handhaven op wat wettelijk is verankerd. En de verplichting tot open API's, laag twee, staat er nog niet in.

Dit is de keuze die snel gemaakt moet worden. Voor beleidsadviseurs die nu werken aan de implementatiewetgeving voor de EHDS en de doorontwikkeling van de Wegiz is er één concrete vraag: geef de ADG de bevoegdheid om ook laag twee af te dwingen. Verplicht EPD-leveranciers dezelfde API's open te stellen die zij zelf gebruiken. Niet als vrijblijvende richtlijn, maar als juridische verplichting.

Zonder die stap hebben we over een aantal jaar weer een blog nodig over waarom het niet gelukt is.

*= Waar EPD staat, kan ook ECD of HIS gelezen worden.