Een vernieuwd zorgpad voor COPD-patiënten in de regio van Gelre ziekenhuizen lijkt zijn vruchten af te werpen. Het ziekenhuis ontwikkelde enkele jaren geleden samen met zorgorganisatie Vérian een aanpak voor patiënten die na een longaanval worden opgenomen. Nieuwe analyses laten nu zien dat het aantal heropnames daalt en patiënten minder lang in het ziekenhuis verblijven. Volgens Gelre benadrukken de resultaten dat gerichte begeleiding en preventie daadwerkelijk bijdragen aan betere zorguitkomsten.
De samenwerking richt zich op intensievere begeleiding van COPD-patiënten, zowel tijdens de opname als in de periode daarna. Door eerder signalen op te vangen en patiënten thuis beter te ondersteunen, proberen zorgverleners nieuwe longaanvallen te voorkomen. Volgens Gelre presteren de ziekenhuizen hiermee beter dan vergelijkbare ziekenhuizen in Nederland. Daarnaast ziet de organisatie dat patiënten uit de regio bewust voor Gelre blijven kiezen voor hun behandeling en begeleiding.
Volgens verpleegkundig specialist Jolien Visser, die vanaf de start betrokken is bij het longaanvalsplan, sluit de werkwijze aan bij bredere landelijke ontwikkelingen in de COPD-zorg. Zij stelt dat een deel van de heropnames voorkomen kan worden wanneer patiënten eerder signalen herkennen en zelf tijdig handelen. Daarom ligt de nadruk steeds meer op zelfmanagement en het zoveel mogelijk verplaatsen van zorg naar de polikliniek, om zo acute situaties op de spoedeisende hulp te beperken.
Stoplichtkaart
Een belangrijk onderdeel daarvan zijn de zogenoemde dag-2-gesprekken op de verpleegafdeling, waarin zorgverleners samen met de patiënt terugblikken op de opname. Daarbij wordt geanalyseerd welke factoren hebben geleid tot de longaanval en welke stappen nodig zijn om herhaling in de toekomst te voorkomen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de stoplichtkaart, een hulpmiddel dat patiënten helpt om klachten vroegtijdig te herkennen en actie te ondernemen. Volgens Visser helpt dat om op tijd aan de bel te trekken bij klachten en verergering voorkomen.
Na ontslag wordt de begeleiding voortgezet via de polikliniek en thuiszorgorganisaties zoals Vérian en Sensire. Er wordt nagedacht of en welke rol telemonitoring hierin kan krijgen. Verpleegkundigen spelen volgens het ziekenhuis een centrale rol binnen het zorgpad. Mandy Hegen en Maud Holtel, werkzaam op de longafdeling, zijn nauw betrokken bij de zogenoemde dag-2-gesprekken. Daarin staat niet alleen medische informatie centraal, maar vooral de persoonlijke situatie van de patiënt. Er wordt gekeken naar hoe iemand thuis functioneert, wat nog wel en niet lukt en welke ondersteuning nodig is.
Eventueel aanvullende zorg
Tijdens de opname signaleren zij regelmatig praktische verbeterpunten, zoals verkeerd gebruik of onvoldoende onderhoud van inhalatiemedicatie. Volgens hen kunnen kleine aanpassingen al een merkbaar verschil maken in het herstel en het voorkomen van nieuwe klachten. Waar nodig wordt aanvullende zorg ingeschakeld, bijvoorbeeld van een fysiotherapeut of diëtist. De benadering is volgens hen maatwerk, met niet alleen aandacht voor behandeling, maar ook voor het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven bij een chronische, progressieve aandoening als COPD.
Samenwerking
Dat samenwerking bij het ontwikkelen van nieuwe zorgpaden een belangrijke factor is, lieten we onlangs ook zien in een artikel over een nieuw zorgpad bij ontsteking van de hartklep (endocarditis). In het Catharina Ziekenhuis kunnen patiënten met endocarditis sinds kort eerder naar huis. Dankzij intensieve samenwerking tussen verschillende specialisten en de inzet van een nieuw zorgpad is het mogelijk om de behandeling deels thuis voort te zetten, ondersteund door zorg op afstand.
Zo wordt herstel in de vertrouwde omgeving van de patiënt gecombineerd met nauwgezette monitoring, waardoor mogelijke complicaties zoals koorts, hartfalen of herseninfarcten tijdig kunnen worden opgespoord.