Op de Spoedeisende Hulp (SEH) van HMC Westeinde schuiven verpleegkundigen aan het einde van hun dienst meestal achter de computer voor de overdracht. De patiënt luistert zelden mee. Dat moet anders, vonden onderzoekers van HMC. Zij brachten de overdracht terug naar het bed. Met die verschuiving willen ze patiënten actiever betrekken bij hun zorg, al blijkt Shared Decision Making in de praktijk weerbarstig. Dat geldt zeker in de constante hectiek van de SEH.
De interventie lijkt eenvoudig: verplaats het gesprek van scherm naar patiënt. In de praktijk vraagt dat om gedragsverandering, structuur en draagvlak onder zorgverleners die werken onder hoge druk. Toch slaagde het team erin de bed-side overdracht stapsgewijs te implementeren. Verpleegkundigen rapporteren meer direct contact en beter inzicht in de situatie van de patiënt, terwijl patiënten zich vaker gehoord voelen. Tegelijkertijd blijven tijdsdruk en logistiek hardnekkige obstakels.
BED-project
Twee jaar geleden startten Rianne Lam, verpleegkundig specialist SEH, en Christien van der Linden, medewerker Research & Development SEH, het BED-project: Bedside Shift Handover at the Emergency Department. Ze vertellen dat ze uit ervaring weten hoe lastig het soms is om de overdracht aan het bed te doen. Op de SEH ligt de focus op acute zorg, en bij spoedsituaties moet je snel handelen. Daardoor gaan gesprekken volgens Lam en Van der Linden vaak richting collega’s in plaats van naar de patiënt. Patiënten zijn daarnaast soms bang, gestrest of in de war.
“Verpleegkundige werkdruk blijft de grootste belemmering voor consistente bed-side dienstoverdracht. Daarom hebben we samen met verpleegkundigen en artsen gekeken welke vaardigheden en ondersteuning ze nodig hebben om dit in de praktijk goed te kunnen doen”, zegt Van der Linden.
Blijvende aandacht en coaching
Lam en Van der Linden constateren duidelijke effecten van de bed-side dienstoverdracht. Voorafgaand aan de invoering werd deze werkwijze slechts bij 1 tot 2 procent van de patiënten toegepast. Tijdens het project steeg dat aandeel naar ruim 9 procent, met aan het einde een piek van 32 procent. Het gebruik nam toe wanneer de implementatie actief werd begeleid, maar daalde soms bij hoge werkdruk. Dit benadrukt dat nieuw gedrag niet ontstaat door een eenmalige training, maar vraagt om blijvende aandacht, coaching en leiderschap.
Volgens Lam voelen patiënten zich aantoonbaar meer betrokken want het percentage dat actief meebeslist nam toe van 20 naar 75 procent, en ook de algemene tevredenheid steeg. Van der Linden benadrukt dat relatief kleine aanpassingen in de manier van overdragen al merkbaar verschil maken voor patiënten en hun betrokkenheid vergroten. De bevindingen laten zien dat kleine, goed ondersteunde veranderingen effect hebben, mits er helder wordt gecommuniceerd, goed wordt geluisterd en zorgverleners de regie aan het bed nemen. Studenten en verpleegkundigen ontwikkelen deze vaardigheden vooral via praktijkervaring, coaching en herhaalde scholing.
Benodigde vaardigheden
Voor een goede bed-side overdracht zijn vooral heldere communicatie en goed luisteren van belang, evenals het vermogen om in te schatten wat een patiënt aankan. Ook samenwerking met collega’s speelt een belangrijke rol, net als het gebruik van eenvoudige hulpmiddelen zoals SBAR of Ask 3 Questions.
Volgens Van der Linden ontwikkel je de competenties voor bed-side overdracht en Shared Decision Making het meest effectief in de praktijk, bijvoorbeeld door observaties op de SEH, directe feedback, casusbesprekingen, klinische lessen en begeleiding door ervaren collega’s. Een eenmalige training volstaat daarbij niet, herhaling en coaching blijven noodzakelijk.
Opbrengst project
Binnen het project kwamen verschillende praktische aandachtspunten naar voren. Zo blijkt het waardevol om studenten van De Haagse Hogeschool en ROC Mondriaan te betrekken; zeker op drukke afdelingen leveren zij een belangrijke bijdrage aan observaties en dataverzameling. Ook het actief betrekken van patiënten, bijvoorbeeld via een adviesraad en met oog voor diversiteit, draagt bij aan betere inzichten. Daarnaast helpt het om te werken met lokale kartrekkers die zichtbaar aanwezig zijn op de werkvloer en collega’s ondersteunen.
Eenvoudige registratiehulpmiddelen, gecombineerd met korte observaties of gesprekken, maken het proces werkbaar. Tegelijk blijft het essentieel om te blijven coachen en herhalen, zodat verpleegkundigen leren hoe ze patiënten daadwerkelijk kunnen betrekken, zelfs bij ogenschijnlijk kleine keuzes zoals comfort of privacy. Tot slot is het belangrijk om de planning goed af te stemmen op werkdruk en piekmomenten, zodat de uitvoering haalbaar blijft.
Verpleegkundig zeggenschap
Volgens Van der Linden en Lam laat het BED-project zien dat patiënten zich meer gehoord en gezien voelen wanneer de overdracht aan het bed plaatsvindt en kleine aanpassingen worden doorgevoerd. Dit effect komt echter pas goed tot zijn recht wanneer verpleegkundigen voldoende ruimte en ondersteuning krijgen. Meer zeggenschap voor verpleegkundigen vergroot volgens de onderzoekers hun betrokkenheid en versterkt de waarde van hun werk.
Het BED-project: een gezamenlijke inspanning van onderwijs en zorg Het BED-project brengt de Spoedeisende Hulp (SEH) van HMC samen met het lectoraat Relationele Zorg, de hbo-opleiding Verpleegkunde van De Haagse Hogeschool en de mbo-opleiding Verpleegkunde van ROC Mondriaan. De financiering van het project is afkomstig van ZonMw.
Actuele patiënteninformatie
Snelle toegang tot actuele patiëntinformatie op de SEH is cruciaal en kan direct van invloed zijn op uitkomsten. Binnen het landelijke programma ‘Met spoed beschikbaar’ zijn daarom verschillende regio’s aangewezen als koploper om de gegevensuitwisseling in acute situaties te verbeteren. In de regio Rijnmond heeft een van deze trajecten inmiddels eerste resultaten opgeleverd, die nu met succes in de praktijk worden doorgevoerd. Over deze ontwikkelingen publiceerden we al eerder, in september 2025.