Sociale robotica in de ggz: van pilot naar structurele inzet

wo 25 februari 2026 - 10:30
Nieuws

Het Regionaal Autisme Centrum (RAC) in Helmond begon in 2020 met een kleinschalige pilot met de sociale robot ‘Maatje’. Wat startte als experiment ter ondersteuning van zelfredzaamheid bij cliënten met een Wlz-indicatie, groeide uit tot een bredere implementatie in het zorgproces. De ervaringen en geleerde lessen zijn beschreven in editie 5 (2025) van ICT&health.

De aanleiding was veelzeggend. Toen een cliënt meldde dat ‘Seiko’ – zijn robot – “overleden” was, werd duidelijk hoe sterk de robot inmiddels was geïntegreerd in het dagelijks leven. Voor het RAC was dat het signaal om de inzet van sociale robotica serieuzer en structureler te onderzoeken, zo valt te lezen in een artikel over Robot Maatje in ICT&health 5.

Ondersteuning door robot Maatje

Cliënten binnen de ggz met een Wlz-indicatie vormen een kwetsbare en diverse groep. Vaak is er sprake van een autismespectrumstoornis in combinatie met bijkomende problematiek, zoals angst, depressie of een licht verstandelijke beperking. Stabiliteit, voorspelbaarheid en vaste routines zijn essentieel.

Robot Maatje ondersteunt bij concrete dagelijkse handelingen: herinneringen voor medicatie, tandenpoetsen of huishoudelijke taken. Technologie is daarbij geen doel op zich, maar een aanvulling op integrale zorg, afgestemd op het individuele profiel van de cliënt.

Van opschaling naar herijking

Onder leiding van projectleider Bas Kamer werd een plan opgesteld voor opschaling en onafhankelijk onderzoek, mede gefinancierd via een subsidieregeling van de Nederlandse Zorgautoriteit in samenwerking met zorgkantoren CZ en VGZ. In totaal werden 80 robots beschikbaar gesteld met een looptijd van drie jaar.

Toch bleek de praktijk weerbarstig. Trainingen en enthousiasme onder medewerkers waren niet voldoende om de inzet vanzelfsprekend onderdeel te maken van het zorgproces. Via design thinking-sessies met cliënten, medewerkers en onderzoekers werd de aanpak herijkt. Technische betrouwbaarheid kreeg prioriteit: medicatieherinneringen mogen niet uitvallen. De eis werd aangescherpt naar 99,9 procent betrouwbaarheid.

Informatie ophalen

“In het onderzoek wilden we informatie verzamelen van zowel cliënten als begeleiders”, vertelt Kamer. “Informatie ophalen bij cliënten bleek echter een uitdaging: vragenlijsten werden nauwelijks ingevuld en door cliënten als complex ervaren. Samen met cliënten en projectmedewerkers onderzochten we de kern: welke inzichten willen we écht verkrijgen?"

Door praktische aanpassingen, zoals het vereenvoudigen van het taalgebruik van de vragenlijst, ontstond een vernieuwde en gebruiksvriendelijkere onderzoeksopzet. Daarnaast zijn er met 25 begeleiders die robot Maatje bij één of meer van hun cliënten inzetten, uitgebreide interviews gehouden. Dit leverde volgens Kamer een rijke bron van informatie op. De resultaten van het onderzoek zijn uitgebreid beschreven in een artikel in ICT&health 6, 2025.

Structurele verankering

De volgende stap was het opnieuw zichtbaar maken van het initiatief binnen de organisatie. Succesverhalen werden gedeeld, terugkombijeenkomsten georganiseerd en projectmedewerkers sloten aan bij cliëntgesprekken om de vertaalslag naar concrete hulpvragen te maken.

Volgens Kamer vraagt sociale robotica om bestuurlijk lef en duidelijke keuzes. Nieuwe woonlocaties starten direct met heldere afspraken over rol, taak en beheer van Maatje. Een digicoach begeleidt medewerkers en cliënten bij de implementatie.

Robot Maatje staat daarbij niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van bredere digitale zorgontwikkelingen. Het doel blijft ongewijzigd: meer autonomie voor de cliënt en meer tijd voor persoonlijke aandacht.

Dit artikel gemist? Lees het l in editie 5 (2025) van ICT&health en in het online magazine.