Steeds meer Nederlanders houden hun gezondheidswaarden digitaal bij, en vooral onder ouderen neemt dat gebruik toe. Dat blijkt uit onderzoek van het Nivel, gebaseerd op gegevens uit het Consumentenpanel Gezondheidszorg. Tussen 2014 en 2024 is een duidelijke groei zichtbaar in het gebruik van apparaten en apps om onder meer gewicht, bloeddruk en hartslag te meten. Daarmee verschuift een deel van de monitoring van zorgverleners naar burgers zelf.
Digitale toepassingen worden gezien als een mogelijke manier om de zorg toekomstbestendig te houden. In een periode van toenemende zorgvraag, personeelstekorten en oplopende kosten kunnen middelen zoals apps, bijdragen aan het toegankelijk en betaalbaar houden van de zorg, terwijl ook de kwaliteit op peil blijft.
Coronapandemie
Uit het onderzoek (pdf) blijkt dat steeds meer burgers hun gezondheidswaarden digitaal registeren. Bijvoorbeeld door de hartslag bij te houden met een smartwatch of het gewicht vast te leggen in een app op een mobiele telefoon. In 2014 deed ongeveer 1 op de 9 burgers dit; sinds 2021 is dat gestegen naar bijna 1 op de 3. De grootste toename deed zich vooral voor na de coronapandemie.
Tussen 2014 en 2024 is het digitaal meten van gezondheidswaarden in alle onderzochte groepen duidelijk in opmars. Die ontwikkeling is zichtbaar bij uiteenlopende leeftijdsgroepen, opleidingsniveaus en gezondheidsbelevingen, en doet zich zowel voor bij mensen met een westerse migratieachtergrond als bij mensen zonder migratieachtergrond. Opvallend is dat de groei onder ouderen sterker is dan onder jongeren. Ook bij mensen die hun gezondheid als minder goed ervaren, neemt het gebruik sneller toe dan bij degenen die hun gezondheid positiever beoordelen.
Vragenlijsten
Voor de Monitor Digitale Zorg (voorheen de e-healthmonitor) zijn in de periode 2014–2024 vragenlijsten uitgezet binnen het Nivel Consumentenpanel Gezondheidszorg. Dit panel brengt op landelijk niveau in kaart wat gebruikers van de gezondheidszorg vinden, weten, verwachten en ervaren. Met uitzondering van het jaar 2022, is jaarlijks onder een deel van de panelleden een vergelijkbare vraag gesteld over het digitaal meten van gezondheidswaarden.
Op basis daarvan zijn schattingen gemaakt van ontwikkelingen in het gebruik en van verschillen naar leeftijd, opleidingsniveau, migratieachtergrond en ervaren gezondheid. In de periode 2013–2019 werd de e-healthmonitor uitgevoerd door het Nivel en Nictiz. Sinds 2021 gebeurt dit door het Nivel, het RIVM en het National eHealth Living Lab (NeLL), in opdracht van het ministerie van VWS.
Gebruik digitale zorg stabiel
Twee weken geleden schreven we al over een ander aspect uit de Monitor Digitale Zorg. Nieuwe bevindingen laten zien dat het gebruik van digitale zorg in 2025 weliswaar stabiel bleef, maar inhoudelijk verschuift. Zorgverleners zetten vaker videobellen en kunstmatige intelligentie in, terwijl zorggebruikers meer gebruikmaken van patiëntportalen en digitale zelfhulp, vooral bij mentale klachten.
Tegelijkertijd blijft de adoptie van sommige toepassingen, zoals de persoonlijke gezondheidsomgeving, achter. Volgens de onderzoekers is er daarmee nog volop ruimte om zorgprocessen verder te digitaliseren, met name in informatievoorziening en doorverwijzing.